Maandagochtend, veel mensen begonnen aan hun eerste werkdag na de vakantie: het was behoorlijk wat drukker bij de fietsenstalling en in de treinen dan de maanden er voor. In de fietsenstalling gebeurde bijna een naar ongeluk. Een fietser had duidelijk haast en schoot voor mij de trap af naar beneden de fietsenkelder in. Al fietsend stapte hij af en zijn voet kwam tussen de spaken van mijn voorwiel. Hij struikelde daardoor maar kon al hinkelend nog net zijn evenwicht hervinden. Hij had ook met zijn hoofd op de betonnen trap kunnen landen … dan had het een bloedbad geworden met nog meer fietsers op de trap. Na deze stunt liep de man heel rustig de trap af … maar ik moest wel even bijkomen.

Afijn, wat later dan gepland kwam ik bij het begin van de volgende etappe van het Graaf Floris V pad aan. Er lag daar ook nog een geocache die ik kon loggen. Naar later zou blijken de enige van deze route.

Na een stukje over een weg langs boerenbedrijven gewandeld te hebben kwam ik in de Westersche Bekade Gorzen. In de verte zag ik al de Haringvlietbrug die ik spoedig zou bewandelen. Het was heerlijk wandelen hier en de zon begon al aardig warmte te geven.

Er loopt een soort vent/serviceweg langs de A29 die over de Haringvlietbrug gaat. Het verkeer op die weg viel mee. echter de herrie van de snelweg was oorverdovend: er was veel vrachtverkeer. Ondanks de zon was het wel fris op de brug door de stevige wind boven het water.
Een flink eind wandelen verder kwam ik op de Ooitgensplaat waar het verkeersknooppunt Helleatsplein op ligt. Daar was een soort strand ingericht met ook nog een restaurant: de Banaan. Die was dicht op maandag. Maar een bankje in de schaduw stond er wel en daar kon ik mijn eerste rustpauze nemen. Ik had al weer zo’n 6km gewandeld.

Het pad gaat verder over de Volkeraksluizen. Als eerste kwam ik over de recreantensluis met daarnaast de grote verstelbare waterkeringen. Hoewel je die op de foto niet ziet zijn er toch wel veel jachten die van deze sluizen gebruik maken.

Een flink stuk wandelen verderop zijn dan de sluizen voor de kustvaart. Daar is het schutten in volle gang aan drie sluizen tegelijk. Het is een enorme bedoening hier maar er is geen mens te bekennen. Ergens verderop staat een groot gebouw, van daaruit zal alles wel op afstand beheerd worden.

Nog voor de afdaling van de ventweg langs de snelweg is ingezet stuurt het pad me steil naar beneden naar de Hellegatsweg. Dat is een behoorlijk saaie weg langs wat woningen. Ik vermoed dat hier het bedienend personeel van de sluizen woont.
Gelukkig word ik een eind verder van de weg gestuurd, het natuurgebied de Vlaakenhoek in. Het vogelreservaat is afgegrendeld dus daar zie ik niet veel. Ik wandel door het bosrijke deel. Ergens schrikt opeens een buizerd voor me op. Die was kennelijk bezig een prooi op te peuzelen toen ik hem stoorde. Zo snel kon ik geen foto maken dus je moet het met dit relaas doen.

Weer een eind verder door boerenland en dan komt het vestingsplaatsje Willemstad in beeld. Het ziet er idyllisch uit, zo op de foto. De haven toont grote aantallen dure jachten: kennelijk een geliefde plek voor snobs. Na het pad gevolgd te hebben over de vestingwallen wil ik wel een wat uitgebreidere lunch nemen. Dat is daar prima mogelijk en ik nam Oosterschelde paling met toast. De paling was duidelijk een opgekweekte soort maar niettemin smakelijk. Een glaasje Sauvignon Blanc ging er goed bij. Tegen de dorst nog water er bij, natuurlijk.

Na deze aangename lunch weer verder op pad. Het stadje uit duurde niet al te lang en daarna weer op verharde wegen door boerenland. Er is hier ook niet veel bebouwing. Nog niet zo lang geleden was hier bijna alleen maar suikerbietenteelt. Dat is nu fors minder.

Er zijn in deze omgeving nogal wat forten. In feite kun je hier een hele Waterlinie-route fietsen. Ik kwam in de buurt van een fort met wel een bijzondere naam. Ik heb het niet bezocht: niets te zoeken in de hel! Ik heb al wel een flink aantal forten gezien en kreeg daarvan de indruk dat veel hetzelfde is: planmatige bouw.

De weg gaat verder eindeloos
Vanaf de deur waar hij begon.
Ik moet hem volgen, rusteloos,
Tot ver achter de horizon,
Met rappe voeten tot hij aan
Een grotere weg komt in ’t verschiet,
Kruispunt van komen en van gaan.
En waarheen dan? Ik weet het niet.” Het is precies het Bilbo’s rijmpje dat in de gedachten komt als ik deze eindeloze wegen door boerenland bewandel.

Maar vlak voor Dinteloord verandert het wat en komt er een heus grotendeels onverhard wandelpad dat – weg van wegen met haastige auto’s – leidt naar het stadje.
Dinteloord is vanouds een stadje dat bekend staat om zijn suikerraffinaderij. De fabriek staat in de buurt van het Stampersgat, dus die zie ik niet vanuit hier. Als ik er in wandel is het grotendeels nieuwbouw, al helemaal daar waar de bushalte is. Van daar neem ik na zo’n 25 km wandelen weer de bus en trein terug naar huis.