Jouw favoriet – Ger

Ekseption

In het begin van mijn MULO-periode begon de groep Ekseption furore te maken. Na verloop van tijd kon ik een grammofoonplaat er van bemachtigen. Bijna alle nummers van de plaat vond ik wel goed, maar the 5th vond ik – met vele anderen – een goede mix.

Op een gegeven moment was ik een soort disc jockey en speelde platen bij schoolfeesten die mensen mij aan kwamen brengen. Ik had zelf niet veel platen die hier goed voor waren maar ik had er ook wat van mijn zus meegenomen. Bij de paar keren dat ik dat deed – zoveel schoolfeesten waren er nou ook weer niet – was steeds de opzwepende Sabeldans van Ekseption het meest favoriet. Het kwam voor dat ik deze wel vier keer op een avond draaide.

In later jaren begon hun muziek me wat tegen te staan. Bovendien begonnen ook anderen het idee op te pakken, zoals James Last. Het werd eigenlijk meer van hetzelfde zonder veel verassingen. In later jaren heb ik nog – tweedehands – hun dvd The story of Ekseption gekocht om nog eens terug te kijken naar die tijd en te luisteren naar hun nummers. Mijn mening is daar niet door veranderd.

Fleetwood Mac

Sony-o-Matc TC900-S

In de zomers kon ik vakantiewerk doen en met het verdiende geld heb ik rond 1968 een heuse bandrecorder gekocht, een TC900-S van Sony. Hoewel de spoelen maar 8 cm waren was de bandloopsnelheid laag, ik koos de laagste snelheid van 4,75 cm/s want dan kon je lekker lang met een bandje doen, ongeveer 30 minuten. Omdraaien kon ook en dan had je een uur muziek.

Opnemen van de radio was goed te doen, maar dan kwam er vaak gepraat doorheen. Zo was er het razend populaire programma SuperCleanDreamMachine van Ad Visser. Een supergaaf programma dat tegenwoordig zijn gelijke niet kent. Je kunt op de webstek de muziek nog eens horen. Het enige nadeel was de – op zich origineel uitgevoerde – voice-over van Ad Visser. Vele dinsdagavonden in bed hiernaar liggen luisteren. Daarna kwam ook een goed programma Candlelight van Jan van Veen. De zweverige manier waarop hij de gedichten voordroeg stond me niet zo aan, maar de muziek was prima.

Op school was een bluesband ontstaan, Scapa Flow noemden ze zich. Hun inspiratie bestond onder andere uit Fleetwood Mac en ik kon wat nummers van een schoolmaatje overnemen. Zo kwam ik voor de eerste keer in aanraking met hun – wat mij betreft – topnummer Oh well. De andere nummers op de betreffende langspeelplaat – ik zou echt niet meer weten welke dat was – maakten minder indruk op me.

Veel later – toen ik het bandje al lang en breed weer kwijt was – heb ik de verzamel-langspeelplaat nog eens beluisterd. Toen werd ik ook nog wel bekoord door the Green Manalishi. Mijn voorkeur voor wat langere nummers was toen een feit. Na nog eens luisteren naar die verzamelplaat vind ik nu alle nummers wel wat hebben.

In-A-Gadda-Da-Vida

Ad Visser koos voor zijn radioprogramma SuperCleanDreamMachine graag langere, toendertijd als psychedelisch aangemerkte, nummers. De drumsolo in In a Gadda da Vida maakte een bijzondere indruk op mij en na wat sparen kon ik de plaat van the Iron Butterfly kopen. De tekst van het liedje zei me eigenlijk weinig, maar toendertijd – en eigenlijk nog steeds – gaat het mij om de muziek zelf met een jazz session achtige compositie. Pas later begreep ik dat de titel In a Gadda da Vida eigenlijk In the Garden of Eden had moeten zijn, althans dat wil de mythe. De tekst zou daar inderdaad beter bij passen.

Eigenlijk had ik toen nog geen eens een platenspeler. Ik moest de plaat opnemen met de platenspeler van mijn ouders om die vervolgens met mijn bandrecorder op mijn kamer af te spelen. Ik had zelf een versterker en ook een FM-tuner in elkaar geprutst aan de hand van bouwpakketten en dergelijke. De luidsprekers had ik ook zelf gebouwd.

Het nummer was de B-kant van de hele LP en nam met zijn 17 minuten een flinke hoeveelheid magneetband in beslag. Al gauw vond ik de nummers aan de andere kant minder interessant en die verdwenen dan weer van de band. Daarvoor in de plaats kwamen andere muziek, vaak van de radio.

In Memory of Elizabeth Reed

Toen we de examens voor MULO-B gedaan hadden, die voor MULO-A waren al eerder achter de rug, bleven we met een aantal uit de buurt bij elkaar komen om muziek uit te wisselen. Door onze eigen voorraad waren we eigenlijk snel heen. Maar daar was een eenvoudige oplossing voor. In de Utrechtsestraat in Amsterdam was de platenzaak Concerto; die is er overigens nog steeds maar nu veel uitgebreider! Daar kon je tweedehands platen kopen: een LP voor een tientje (guldens!) en als je die binnen een zekere tijd terugbracht – ongeschonden – dan kreeg je er negen voor terug. Het was dus eigenlijk een soort platenverhuur. Daar konden we mooi gebruik van maken en dan hadden we een kopie voor elk van ons!

We waren het meest op zoek naar blues en die had je daar veel. Mijn persoonlijke voorkeur ging al gauw uit naar platen van de Allman Brothers Band. De instrumentale nummers, vaak een hele LP-kant vol, vond en vind ik geweldig. De belangrijkste is – in mijn ogen – In memory of Elizabeth Reed, geschreven door Dickey Betts. Het zou betrekking hebben op een voorbije liefde van hem maar om de naam van de persoon er niet in te betrekken gaf hij het een naam die hij tegenkwam op een van de grafstenen op een begraafplaats waar de groep vaak kwam. Er zijn meerdere uitvoeringen van maar ik ben het met de meesten eens dat de levende uitvoering uitgebracht op de LP At Fillmore East de beste is. Al was het maar door de huilende gitaren bij de intro.

Minstens zo goed is het nummer Jessica, ook van Dickey Betts hoewel andere bandleden ook bijdroegen. Het zou vernoemd zijn naar zijn dochter die als baby op de muziek wiegde. Het is te vinden op de LP Brothers and Sisters. Van een iets andere stijl maar niet minder mooi is High Falls, wat mij betreft het enige nummer van betekenis op de LP Win, Lose or Draw. Niettemin een reden om die plaat aan te schaffen! Het nummer is ook geschreven door Dickey Betts, overigens.

Het spijt me te zeggen dat latere nummers mij niet konden bekoren. Maar dit is toch wel een aardige oogst voor een band wat mij betreft.

Byrds

The Byrds hebben me niet echt geweldig aangetrokken tot hun laatste LP die volgens de meeste recensenten een vergissing was: de echte Byrds-sound zou ontbreken. Nu moet ik zeggen dat het Full Circle mij deed beslissen de LP te kopen, net als velen overigens die zich niets aan de kritieken lieten liggen. Van het oudere werk vond ik alleen Eight Miles High de moeite waard.