Categoriearchief: Verhalen

Kroniek: Realisatie van een laadpaal

DatumWieGebeurtenis
20-1-2018GerRenault Zoe aangeschaft
20-1-2018AllegroAanvraag openbare laadpaal
7-3-2018AllegroAanvraag voldoet aan voorwaarden, vaststelling locatie parkeerveld tegenover Carneoolstraat 76
7-3-2018GerLocatie niet gelukkig gekozen, bouwplannen?
7-3-2018AllegroAlternatieve lokaties?
7-3-2018GerNiet echt, laat aanvraag maar lopen dan komt gemeente wellicht met een goed alternatief.
15-3-2018AllegroNieuwe locatie, parkeervak Saffierstraat 25.
15-3-2018GerVer weg, druk bezet parkeervak, alternatieven genoemd: parkeervak bij Weerklank, waterkant Smaragdlaan.
28-3-2018AllegroWordt gemeente meegegeven.
3-4-2018AllegroGemeente kiest bij Auris de Weerklank.
11-5-2018GerEigen laadstation geplaatst.
19-7-2018GerZijn er al vorderingen?
23-7-2018AllegroVerwacht dat we medio september tot medio oktober zullen starten met het plaatsen van de laadpaal.
23-7-2018GerWe zien de ontwikkelingen verder wel.
22-10-2018GerZit er al schot in?
22-10-2018AllegroExtra kosten voor geschikte stroomkabel. Wachten op een datum waarop netbeheerder en aannemer de laadpaal kunnen plaatsen.
22-10-2018GerBedankt voor de informatie
15-12-2018GerHet zal dit jaar wel niet meer lukken?
17-12-2018AllegroZojuist nogmaals een herinnering naar ze gestuurd.
17-12-2018AllegroVorige bericht is niet juist, excuses voor de verwarring. De gemeente heeft de locatie al gepubliceerd en dit is ook al aangemeld bij de aannemer. Ik zie dat de plaatsing van deze laadpaal bij de aannemer op de planning staat voor 15 januari.
2-2-2019GerWij hebben nog geen activiteiten waargenomen in de buurt. Dus als er een paal geplaatst is zouden we niet weten waar dat dan gebeurd is.
2-2-2019GerPS ik kan ook niet vinden wanneer de vergunning verleend is.
5-2-2019AllegroHelaas heeft de plaatsing vertraging opgelopen, omdat de netbeheerder nog wacht op de vergunning van de gemeente. Dit is de reden dat de aannemer de laadpaal helaas nog niet kan plaatsen.  Zodra de laadpaal geplaatst is informeer ik u.
22-2-2019GerHet is al weer bijna een maand verder. Is er eigenlijk wel een vergunning aangevraagd? In de lijsten die wekelijks worden gepubliceerd kom ik niets tegen?
25-2-2019AllegroHet aanvragen van vergunningen verloopt via Liander. Ik heb hen gevraagd waar ze precies op wachten.
26-4-2019GerHet is nu ruim een jaar geleden dat we de aanvraag voor een laadpaal indienden. Is er al iets positiefs te melden.
29-4-2019AllegroIk zie dat ik in februari navraag bij de netbeheerder gedaan heb maar geen antwoord gekregen heb, ik zal nogmaals navraag bij ze doen en ook bij de aannemer vragen wanneer de laadpaal nu geplaatst wordt.
4-6-2019GerEen maand geleden beloofde u een en ander eens uit te zoeken. Bijgaand de stadskrant van afgelopen week en ... weer niet!
6-6-2019AllegroIngesproken voicemail-tekst.
27-6-2019GerKrijgen we een ingesproken tekst met een vage uitleg en weer een verwijzing in het bekende riet. Maar weer geen vervolg. Hoe gaan we nu verder?
8-7-2019AllegroZojuist heb ik van hen vernomen dat ze in overleg zijn met de gemeente Leiden voor het leggen van een mantelbuis t.b.v. de wegkruising aan de Robijnstraat.
9-7-2019GerWe komen na de vakantie wel weer bij u terug ...
20-9-2019AllegroHelaas heeft het al deze tijd nog steeds bij de netbeheerder gelegen. Zij gaven aan dat ze wachten op de vergunning van de gemeente Leiden, en de gemeente gaf op hun beurt aan geen aanvraag van de netbeheerder te hebben ontvangen. Uiteindelijk heb ik het bij de netbeheerder laten escaleren naar een hoger niveau, en heb ik vanochtend vernomen dat de vergunningsaanvraag nu eindelijk rond is. Zojuist heb ik van de aannemer gehoord dat zij de nettekening ontvangen hebben van de netbeheerder en de plaatsing van de laadpaal gepland staat voor week 40 (30 september t/m 4 oktober).
23-9-2019GerDat is even schrikken! Maar toch goed dat het geregeld kan worden.
5-10-2019GerIs er iets mis gegaan?
8-10-2019AllegroGisterenavond zag ik nog geen plaatsingsdocument ondanks de toezegging door de aannemer.
8-10-2019GerWe wachten af.
29-11-2019GerHoe staan de zaken nu?
2-12-2019AllegroHelaas heb ik eind vorige week van Liander vernomen dat we in verband met problemen bij de gekozen locatie (Robijnstraat 100) toch genoodzaakt zijn om een nieuwe locatie te zoeken voor deze laadpaal. Komt bij hoek Robijnstraat/Carneoolstraat.
5-12-2019GerWij wachten het af …
9-1-2020AllegroDe door ons voorgestelde locatie is door de gemeente gepubliceerd
26-3-2029AllegroVanaf vandaag kunt u laden aan uw openbare laadlocatie!

Straatschilder W.F. Meijer

Eerder verschenen in Oud Leiden Nieuws december 2019.

Als u een schilderijtje heeft met een tafereeltje uit met name den Haag, Leiden of Utrecht van midden vorige eeuw, dan is de kans groot dat het gemaakt is door de Haagse straatschilder Willem Frederik Meijer. Alleen al in de diverse stadsarchieven zijn honderden exemplaren te vinden en er zullen er nog veel meer hier en daar in een huiskamer hangen. Hij ging dan ook met zijn fiets stad en land af om – soms in opdracht en soms gewoon uit belangstelling – een belangwekkend pand te schilderen. Zijn schilderkist en palet had hij gewoon achterop zijn fiets en voor het schilderen bevestigde hij het palet aan de bagagedrager. Zo weet Kees Walle uit Leiden zich te herinneren dat hij bij bewoners in de stad langs ging om – tegen betaling – “huisportretten” te maken.

W.F. Meijer door Pieter Paul Koster( 1970 )

De in 1920 geboren W.F. Meijer volgde aanvankelijk de ambachtsschool, maar het “marmeren en letterzetten” kon hem niet zo boeien. Daarna begon hij met schilderen en vestigde zich aan de Nieuwe Uitleg. Hij probeerde in de avonduren lessen op de kunstacademie te volgen. Door de toenemende oorlogsdruk kwam daar niet zo heel veel van terecht omdat de meeste docenten onderdoken.

Zijn werk komt uiteindelijk op allerlei tentoonstellingen terecht, zoals bijvoorbeeld in 1962 bij een door de historische vereniging Oud Leiden georganiseerde tentoonstelling “Leiden in pen en tekening” in de Lakenhal. De expositie in 1975 in de Haagse galerie Alkemade wordt geheel door hem georganiseerd en stelt hem in de gelegenheid veel van zijn werk te verkopen. In die tijd wordt er ook in de kranten veel aandacht aan zijn werk besteed.

De schilderijtjes en tekeningen van W.F. Meijer geven een bijzonder beeld van stadsgezichten uit het midden van de vorige eeuw. Veel van het materiaal kan nu niet openbaar gemaakt worden omdat het auteursrecht niet goed geregeld is. Archieven, zoals het Leidse stadsarchief (Erfgoed Leiden en Omstreken), zijn daarom op zoek naar meer informatie over met name de latere jaren van W.F. Meijer. Weet u meer, neemt u dan contact met mij op.

Een leugentje om bestwil?

De ochtend na de Slag bij Waterloo – John Heaviside Clark, 1816

Als Johannes (Jan) Inhulsen (1812-1854) na de inspanningen rond de Belgische opstand is overgeplaatst naar Utrecht wordt het tijd om te trouwen. Hij kent zijn partner dan al langere tijd, waarschijnlijk vanaf de tijd dat hij in Bergen op Zoom gelegerd was. Er zijn al twee kinderen op de wereld gezet die bij het huwelijk meteen erkend zullen worden, te weten Catharina Maria Geertruida in 1834 geboren te Bergen op Zoom en Johannes Gerardus – later commissaris van politie in Rotterdam – in 1839 te Gorkum. In de familie doet het verhaal de ronde dat zijn partner, Johanna Hendrika Jansen, een marketenster was. Dat is goed mogelijk, want in die tijd gebeurde het regelmatig dat vrouwen bij legerplaatsen aan het werk waren als wasvrouw, om eten te bereiden, enzovoort. Van Johanna wordt op de trouwakte vermeld dat zij naaister is. Zo’n beroep kun je je wel voorstellen bij een legerplaats, zeker als Jan Inhulsen foerier is.

Er is echter een probleem. Van zijn natuurlijke vader Hendrik Inhulsen is geen enkel spoor; en eigenlijk nu nog steeds niet. Hij is uit Oldenburg afkomstig en inderdaad waren daar in die tijd families Inhülsen. Bij de geboorte van Jan laat de vroedvrouw noteren dat de moeder, Geertje Geuzendam, een onecht kind heeft gekregen van de knecht Hendrik Inhulsen. Geertje heeft dat tot haar dood, in 1827, volgehouden want in haar overlijdensakte wordt Hendrik Inhülsing als echtgenoot genoteerd.

Wat nu? Een oplossing is een doodverklaring. Samen met een aantal collega’s, allen van de 10de afdeling Infanterie op dat moment gestationeerd te Utrecht, stapt hij op 25 augustus 1840 naar een notaris om een verklaring te laten opstellen. Van de vier collega zijn er twee die getuigen bij hetzelfde bataljon te hebben gediend als de vader van Jan, dat zij bij de Slag van Waterloo aanwezig waren en het lijk van de vader hebben gezien. De andere twee getuigen ook bij de slag te zijn geweest en daar hebben gehoord van het sneuvelen van de vader van Jan. Zij zouden hem allemaal goed gekend hebben. Verder laten zij vermelden dat de vader van Jan, Hendrik Inhulsen, bij overlijden de rang van sergeant-majoor had. Dat is wat vreemd want bij de geboorte van Jan, in 1812, was hij nog knecht. Zo snel gaan die bevorderingen normaal gesproken niet.

Tijd om eens in de archieven te duiken om na te gaan wat voor lieden die getuigen zijn:

  • Jan Arend Rensenbrink, geboren 16 februari 1788 te Zuijlen, Utrecht. Begonnen bij de Nationale Militie in 1812 als soldaat en opgeklommen tot sergeant majoor bij de 10de afdeling Infanterie.
  • Willem Orban, geboren 11 mei 1799 in Utrecht. Begonnen bij het 5de bataljon Infanterie op 1 augustus 1814 en bij getuigenis adjudant (onderofficier).
  • Jan Echard Lodewijk, geboren 17 juli 1798 in den Haag. Begonnen als fusilier bij de 9de afdeling Infanterie in 1818 om in 1825 toe te treden tot de 10de afdeling Infanterie.
  • Urs Joseph Jaggy, Zwitser geboren 5 september 1803. In de akte, uit 1940, staat dat hij 42 jaar is, overigens. Hij is sergeant bij de 10de afdeling infanterie, daarvoor begon hij als fusilier bij het regiment Zwitsers.

Volgens de stamboeken waren de eerste twee noch in hetzelfde bataljon noch betrokken bij de Slag van Waterloo. De andere twee zijn in die tijd niet eens in militaire dienst voor zover de registraties gaan. In feite is Urs pas 12 als de slag gevoerd wordt. Het lijkt er dus erg op, dan Jan zijn maten, Jaggy en Orban zijn bijvoorbeeld net als Jan foerier, gevraagd heeft deze waarschijnlijk valse getuigenis te doen zodat hij kon trouwen. Om daarvoor nu de Slag bij Waterloo te nemen en vervolgens Hendrik Inhulsen als sergeant majoor af te tekenen is wellicht wat overdreven, maar kennelijk had dat in het toenmalige tijdsbestek het gewenste effect.

Mij heeft het een tijd op het verkeerde been gezet: er is geen bewijs dat de vader van Jan in 1815 overleden is. Hij zou zomaar teruggegaan kunnen zijn naar Oldenburg om daar een gezin te stichten.

Verrassend kijkje op vorige woning

Onze eerste woning was aan de Mauritsstraat in Leiden, naast het snoep-, sigaren-, bloemen- en nog veel meer winkeltje van Goof en Tien. We hebben daar een leuke tijd gehad maar op een gegeven moment werd het duidelijk dat we het moesten verkopen om bij een mogelijke nieuwe aanstelling wendbaarder te zijn.

Vandaag was ik op bezoek op het Prins Hendrikplein dat grenst aan de Mauritsstraat. De woningen staan haaks op elkaar dus er is, vanuit de bovenetage, een redelijk uitzicht op de achterkant van onze woning. Op de foto zie je rechts eerst het schuine zwarte dak van onze buren. Daarachter een doorgetrokken achtergevel met twee vensters. De voorste kamer was mijn werkkamer en de achterste de kinderkamer. Voordat onze dochter werd geboren sliepen wij daar zelf, overigens. Onder de bovenramen zie je nog net een stuk van het keukendak en het keukenraam. De rest is door een enorme rietmassa aan het oog onttrokken.

De school die rechts stond, de Marnix van Aldegondeschool, is afgebroken en in de plaats van de speelplaats is nu een brandgang gekomen met daarnaast de tuinen van de woningen die op de plaats van de school gebouwd zijn.

Afgezien van de schotels verderop lijkt er nauwelijks iets veranderd aan de buurt. Ook de straatkant heeft niet veel verandering ondergaan. Het straalt nog steeds dezelfde rust uit als toen.

Een toch nog gezellige Kerstnacht 2033

Het is al sinds een paar jaar dat we de Kerstnacht bij opa en oma doorbrengen. Dat was maar goed ook deze keer, want de hele week was het bar weer geweest: sneeuw en veel wind. Opa vergeleek het met de winter van zo’n zeventig jaar geleden, 1963. Hij woonde toen in Amsterdam – Osdorp en in de nog niet afgebouwde wijk was de sneeuw op sommige plaatsen tot ongekende hoogten opgestoven: prachtig om vanaf te sleeën, maar voor het verkeer een ramp. Ondanks het slechte weer was de familie goed en wel aangekomen

Nu was het een mooie avond met sterren aan de hemel. Alleen vroor het nu behoorlijk en er was nauwelijks wind. De elektriciteitsvoorziening was weer op rantsoen gegaan. Per huis mocht er maar 2,5 kW verbruikt worden, daar was de “slimme meter” op ingesteld. Dat kwam omdat een sneeuwlaag de zonnepanelen mooi had toegedekt en de windmolens geen zuchtje wind opvingen.  Heel West-Europa was het slachtoffer van dit weer, dus uit het buitenland was ook geen steun te verwachten: er was gewoon niet genoeg elektriciteit voor heel Nederland. De verwarmingsinstallatie kon dus in het huis niets uitrichten.

Maar opa was niet voor een gat te vangen. Uit de schuur had hij een oud radiatorkacheltje gehaald dat hij onder de grote tafel in de kamer had neergezet. “Met warme voeten voel je je helemaal opperbest” zei hij en hij had gelijk ook. Natuurlijk was de kerstboom opgesteld en daarin brandden ouderwetse kaarslampjes. Ook die gekleurde dennenappel-gloeilampjes die kinderen zo mooi vinden waren aangestoken. “De lampjes helpen zo mooi mee de kamer op te warmen”, verdedigde opa zijn zogenaamd millieu-onvriendelijke verlichting.

De hele avond speelden we allerlei ouderwetse bordspelletjes, zoals Mens-Erger-Je-Niet en Ganzenbord. Het was best wel lekker warm in de kamer toen oma commandeerde dat de kachel maar even uit moest. Zij kon dan de worstenbroodjes bakken en met de keukendeur open zou het warm genoeg blijven. Dat konden we merken ook, want binnen de kortste keren drong een gekruide lucht in onze neuzen.

Rond middernacht dronken we een laatste glas bij de heerlijke worstenbroodjes. Hoog tijd voor de kinderen om te gaan slapen. Opa kondigde aan dat we dat dan wel binnen een half uur moesten regelen, want daarna zou de elektriciteit nog verder gerantsoeneerd worden tot 0,5 kW, net genoeg om de essentiële apparatuur in het huis te laten werken.

De volgende ochtend was er weer volop elektriciteit: er was een stevig briesje opgestoken. De verwarming was vanzelf weer aangesprongen dankzij de “slimme meter”. Maar van schaatsen zou niet veel komen, daarvoor was er al te veel sneeuw gevallen. Na het ontbijt vertrokken we weer allemaal naar de volgende Kerstvisite. Aan de ontbijttafel had opa nog het idee geopperd dat het handig zou zijn als de elektriciteitsquota van bezoekende families bij elkaar geteld konden worden zodat bij de gastheer een Kerstnacht gevierd kon worden onder minder barre omstandigheden. Wij waren het niet met hem eens. “Het was juist heel gezellig zo, laten we het volgende keer weer zo doen”, vonden de kinderen.

Wie schrijft die blijft

Het fotootje met daarop “Mojito Ergo Sum” door mijn dochter – voorzien van de tekstregel “Amen” – verstuurd binnen onze familie-whatsapp-groep herinnerde me weer aan de volgende anekdote.

Ik werkte indertijd veel thuis. Dat betrof dan vaak tentamens die nagekeken moesten worden, colleges die moesten worden voorbereid en meer van dat soort werkzaamheden. In de hectiek van het laboratorium kwam dat er nooit van en thuis kon ik daar in alle rust aan werken. Dit keer was mijn zoon naast mij komen zitten, hij zal toen een jaar of tien zijn geweest. Soms gaf ik hem wel eens een klusje als papieren vouwen of zoiets dergelijks. Maar dit keer zat hij aandachtig te kijken terwijl ik op mijn schootcomputer op tafel aan het werk was.

Op een gegeven moment vroeg hij mij waar ik toch zo druk mee bezig was. Ik antwoordde hem dat ik bezig was mijzelf te vereeuwigen. Hoe ik dat dan wel deed was toen zijn vraag. Ik antwoordde dat ik bezig was met een manuscript en dat dat binnen afzienbare tijd gepubliceerd zou worden. Vanaf dat moment zou iedereen die op zoek was naar informatie over dat onderwerp dat artikel kunnen vinden. En dat niet alleen over een paar maanden maar veel langer. Eigenlijk zo lang als gedrukte of digitale informatie bewaard blijft. Ik liep naar mijn boekenkast en liet een paar duidelijk stokoude boeken zien en gaf daarmee aan dat het werk van die schrijvers nog steeds bekeken kon worden ook al waren ze al lang overleden.

Dat is heel anders als je bijvoorbeeld groenteman bent. Of brandweerman of juf van een klas. Natuurlijk is het zo dat zolang mensen – ook na je dood – aan je denken je voor hen nog bestaat. Maar door je gedachten op te schrijven blijf je veel langer in het geheugen van mensen bestaan. Dus het is niet alleen “wie denkt die is” maar ook “wie schrijft die blijft”! Mijn zoon was daar diep van onder de indruk en inmiddels is ook zijn naam op een wetenschappelijk artikel te vinden.

Mijn favoriet

Eerder verschenen in de NRC van 30 november 2019, bewerkt door Gretha Pama.

Henry van ’t Hoff, 36×47 cm, olieverf op doek. Gekocht voor 300 euro

Bijna al mijn collega’s hebben wel wat aan de muur in hun werkkamer hangen. De één  diploma’s, de ander  posters van conferenties. Collega Henk Nugteren had óók schilderijen, op een  gegeven moment hing zijn kamer  er vol mee. De meeste waren portretten, ook van collega’s. Die waren  duidelijk niet helemaal natuurgetrouw, maar op een bepaalde manier ook  weer wel: de kleuren typeerden de afgebeelde mensen heel sterk. Toen ik hem ernaar vroeg vertelde hij dat  zijn vrouw,  Marian Nugteren-Dorleijn,  onlangs een tentoonstelling had gehad – en dat de  schilderijen nu even geparkeerd moesten worden.

Toen kreeg ik het idee  haar een portret te laten maken van Henry van ’t Hoff, mijn grote voorbeeld. Van ’t Hoff ontving in 1901  de eerste Nobelprijs voor Scheikunde. Dankzij  hem weten we dat als je de eigenschappen van moleculen wilt  begrijpen, je  de driedimensionale structuur ervan moet zien te doorgronden. In het begin werd hij weggezet als een fantast, maar dat was hij dus niet. Hij zag in dat je geen wetenschap kunt bedrijven zonder je creatieve vermogens te gebruiken.

Alles wat mijn vak bevat, zelf  geef ik colleges thermodynamica, komt in hem samen. En dan vooral ook dat wetenschap niet zonder creativiteit kan. Dat leer ik ook aan mijn studenten: creativiteit is niet per se dat je kunt schilderen of viool spelen. Het is je verdiepen in een probleem, zodat je het je eigen maakt, om  vervolgens  je andere hersenhelft aan het werk te zetten. Dat kun je al doen door een wandeling te maken.

Van Henry van ’t Hoff  zijn wel  afbeeldingen, maar schilderijen of foto’s van wetenschappers uit die tijd zijn bijna statieportretten, zo plechtig en serieus als de mensen kijken. En ik wilde wat levendigs.  Ik heb   foto’s van hem getoond, die waren in zwart-wit maar je denkt erop te zien dat hij blond was, en over hem verteld.  Het portret straalt nu  precies uit wat ik in  hem  waardeer: zijn kennis, maar vooral zijn verbeeldingskracht.  Ik ben er heel blij mee. Het hangt  in het zicht van bezoekers, die ik nooit nalaat zijn verhaal te vertellen.” 

Een camee van Boerhaave

Afgelopen weekeinde waren we in de Hermitage in Amsterdam om de tentoonstelling over Russische juwelen te bewonderen. Veel van de kunststukken dienden puur als opsmuk van dames – en heren – bij bals en andere gelegenheden. Een groot deel van de tentoonstelling ging hierover. Dat wil niet zeggen dat niet stuk voor stuk het prachtige en vernuftig gemaakte kunstwerken betrof. Als je je realiseert dat men die kleine details zo goed kon maken in een tijd, de achttiende eeuw, waar niet zoveel hulpmiddelen beschikbaar waren als we tegenwoordig kennen dan is het ongelooflijk.

Niet alle kunstwerkjes dienden uitsluitend als opsmuk. Er waren ook heel nuttige zaken bij zoals een – natuurlijk uitbundig versierde – toneelkijker. Naar een aantal ben ik nog eens terug gelopen zoals ook naar de camee waarop de beeltenis van Herman Boerhaave staat (zie boven). Gezien de kleur van de steen denk ik dat het jade betreft maar de begeleidende tekst geeft hier geen uitsluitsel over. Wel over de eigenaar: een particulier.

Verder zoekend op het web kom ik er niet veel meer tegen. Zo is er een praktisch dezelfde in de Hermitage in St. Petersburg, maar dan wel een andere steensoort want deze is blauw. Het lijkt er sterk op, dat er een in het Rijksmuseum Boerhaave moet zijn. Althans, dat lijkt de catalogus van de tentoonstelling Geletterd & Geleerd. Brill: 330 jaar typografie voor de wetenschap uit 2013 aan te geven. Bij nader onderzoek gaat het toch om een ander soort hanger, zie hier maar.

Je kunt je in deze tijd niet goed voorstellen dat men zo idolaat was van een arts of zoals we nu zouden zeggen specialist. Het is heel bijzonder en geeft zijn roem nog een extra dimensie: mensen droegen talismannen van hem! En dan nog wel aan het Russische hof.

Waarom ik zo in Boerhaave geïnteresseerd ben? Wel, ik heb een tijd geleden veel over hem gelezen om een wandeling door Leiden uit te zetten. Het is een puzzelwandeltocht met GPS-ontvanger die je eigenlijk ook best gewoon als wandeling zonder meer kunt lopen. De beschrijving kun je hier lezen.