Tweede leven voor een weerstation

Weerstation Alecto WS-3900

De meeste weerstations worden in een impuls gekocht, vaak omdat er een aanbieding is, en vol enthousiasme gemonteerd. Buiten komen de instrumenten zoals thermo- en hygrometer, windmeter en dergelijke en binnen komt het paneel. Binnen het jaar zijn de meeste buiten-onderdelen kapot of zelfs weggewaaid. Ook blijkt het voor die systemen vaak lastig om de communicatie tussen het buitenstation en het paneel goed te onderhouden. Na een tijd blijft dan ook een best aardig ogend weerstationspaneel over maar – omdat het buitenstation ontbreekt – zonder informatie over het weer buiten. De tijdaanduiding loopt ook steeds verder uit de pas.

Arduino-kloon op printplaatje met voeding links en rechts de 868 MHz zender en de klok.

Het is eigenlijk zonde om die weeerstations dan maar weg te doen. Hieronder volgt een beschrijving waarmee in ieder geval de panelen nog een nieuw leven kunnen krijgen. Hierboven een voorbeeld van een schakeling die bestaat uit een Arduino-kloon met wifi, de ESP-201, een 868 MHz zender om codes naar het weerstation te sturen en een “Real Time Clock” die de tijd bijhoudt.

Om precies te zijn, dit apparaatje is gemaakt voor Alecto weerstations en de twee panelen waarvoor het getest is zijn van modellen WS-3000 en WS-3900. Het protocol dat gebruikt wordt voor deze twee stations wordt ook voor andere Alecto weerstations gebruikt en bovendien voor modellen van andere makelij. Het protocol is op meerdere plaatsen op het internet besproken, zie bijvoorbeeld hier. Geschikte zendertjes zijn bij electronica-winkels te koop, maar deze is gesloopt uit het buitenstation. In het kastje zit een printje waarvan de bovenkant de zender bevat. Dat kan eenvoudig losgebroken worden. De lus in de printplaat vormt de antenne, dus die moet niet worden gebroken. Omdat de buitenstations in weer en wind staan raakt het printje vervuild maar na even schoonmaken is het goed bruikbaar.

De klok is nodig om voor langere periodes de tijd bij te houden. De tijd wordt namelijk eens per uur naar het paneel gestuurd terwijl het apparaatje maar eens per maand of minder de tijd zal hoeven ophalen van het internet. Hier is de DS3231 gebruikt die voor een paar euro te koop is. Een interessante beschrijving vind je hier.

De ESP-201 is een Arduino-kloon met wifi die ik al eerder hier beschreven heb. Deze is momenteel minder populair omdat het geheugen van 512 kB te beperkt wordt geacht. Goede alternatieven zijn ESP-12E of ESP-12F. Het programma dat hier gebruikt wordt is echter lang niet zo groot, dus alles past er prima in.

Het programmaatje dat in dit apparaatje gebruikt wordt krijgt via het MQTT-protocol de weersgesteldheid van mijn eigen weerstation. Wie niet over een eigen weerstation beschikt kan wellicht een in de buurt gebruiken. Automatische weerstations plaatsen vaak in een openbaar deel van de webstek van de eigenaar een bestand meteohub.dat dat het onderhavige programma ook gebruikt om het paneel van weersinformatie te voorzien. Tenslotte zijn er ook weerbericht-diensten zoals openweather.com die weersinformatie ter beschikking stellen van de lokatie van de vrager.

De werking van het apparaatje is verder eenvoudig. De weergegevens worden volgens het protocol omgezet in een reeks getallen die vervolgens in een vast tempo uitgezonden worden, elke 48 seconden twee keer kort achter elkaar. Om het uur wordt in plaats daarvan de actuele tijd gestuurd. Daar merkt de gebruiker alleen wat van na het vervangen van de batterijen van het paneel: het duurt even voordat de tijd weer goed wordt weergegeven.

Het geheel wordt voorzien van energie door een 5 Volt / 3 Watt voedinkje waarna een regelaar 3,3 Volt maakt voor de ESP-201 en andere printkaartjes. Het geheel moet nog een keer in een kastje en dan is het af.

Straatschilder W.F. Meijer

Eerder verschenen in Oud Leiden Nieuws december 2019.

Als u een schilderijtje heeft met een tafereeltje uit met name den Haag, Leiden of Utrecht van midden vorige eeuw, dan is de kans groot dat het gemaakt is door de Haagse straatschilder Willem Frederik Meijer. Alleen al in de diverse stadsarchieven zijn honderden exemplaren te vinden en er zullen er nog veel meer hier en daar in een huiskamer hangen. Hij ging dan ook met zijn fiets stad en land af om – soms in opdracht en soms gewoon uit belangstelling – een belangwekkend pand te schilderen. Zijn schilderkist en palet had hij gewoon achterop zijn fiets en voor het schilderen bevestigde hij het palet aan de bagagedrager. Zo weet Kees Walle uit Leiden zich te herinneren dat hij bij bewoners in de stad langs ging om – tegen betaling – “huisportretten” te maken.

W.F. Meijer door Pieter Paul Koster( 1970 )

De in 1920 geboren W.F. Meijer volgde aanvankelijk de ambachtsschool, maar het “marmeren en letterzetten” kon hem niet zo boeien. Daarna begon hij met schilderen en vestigde zich aan de Nieuwe Uitleg. Hij probeerde in de avonduren lessen op de kunstacademie te volgen. Door de toenemende oorlogsdruk kwam daar niet zo heel veel van terecht omdat de meeste docenten onderdoken.

Zijn werk komt uiteindelijk op allerlei tentoonstellingen terecht, zoals bijvoorbeeld in 1962 bij een door de historische vereniging Oud Leiden georganiseerde tentoonstelling “Leiden in pen en tekening” in de Lakenhal. De expositie in 1975 in de Haagse galerie Alkemade wordt geheel door hem georganiseerd en stelt hem in de gelegenheid veel van zijn werk te verkopen. In die tijd wordt er ook in de kranten veel aandacht aan zijn werk besteed.

De schilderijtjes en tekeningen van W.F. Meijer geven een bijzonder beeld van stadsgezichten uit het midden van de vorige eeuw. Veel van het materiaal kan nu niet openbaar gemaakt worden omdat het auteursrecht niet goed geregeld is. Archieven, zoals het Leidse stadsarchief (Erfgoed Leiden en Omstreken), zijn daarom op zoek naar meer informatie over met name de latere jaren van W.F. Meijer. Weet u meer, neemt u dan contact met mij op.

Een leugentje om bestwil?

De ochtend na de Slag bij Waterloo – John Heaviside Clark, 1816

Als Johannes (Jan) Inhulsen (1812-1854) na de inspanningen rond de Belgische opstand is overgeplaatst naar Utrecht wordt het tijd om te trouwen. Hij kent zijn partner dan al langere tijd, waarschijnlijk vanaf de tijd dat hij in Bergen op Zoom gelegerd was. Er zijn al twee kinderen op de wereld gezet die bij het huwelijk meteen erkend zullen worden, te weten Catharina Maria Geertruida in 1834 geboren te Bergen op Zoom en Johannes Gerardus – later commissaris van politie in Rotterdam – in 1839 te Gorkum. In de familie doet het verhaal de ronde dat zijn partner, Johanna Hendrika Jansen, een marketenster was. Dat is goed mogelijk, want in die tijd gebeurde het regelmatig dat vrouwen bij legerplaatsen aan het werk waren als wasvrouw, om eten te bereiden, enzovoort. Van Johanna wordt op de trouwakte vermeld dat zij naaister is. Zo’n beroep kun je je wel voorstellen bij een legerplaats, zeker als Jan Inhulsen foerier is.

Er is echter een probleem. Van zijn natuurlijke vader Hendrik Inhulsen is geen enkel spoor; en eigenlijk nu nog steeds niet. Hij is uit Oldenburg afkomstig en inderdaad waren daar in die tijd families Inhülsen. Bij de geboorte van Jan laat de vroedvrouw noteren dat de moeder, Geertje Geuzendam, een onecht kind heeft gekregen van de knecht Hendrik Inhulsen. Geertje heeft dat tot haar dood, in 1827, volgehouden want in haar overlijdensakte wordt Hendrik Inhülsing als echtgenoot genoteerd.

Wat nu? Een oplossing is een doodverklaring. Samen met een aantal collega’s, allen van de 10de afdeling Infanterie op dat moment gestationeerd te Utrecht, stapt hij op 25 augustus 1840 naar een notaris om een verklaring te laten opstellen. Van de vier collega zijn er twee die getuigen bij hetzelfde bataljon te hebben gediend als de vader van Jan, dat zij bij de Slag van Waterloo aanwezig waren en het lijk van de vader hebben gezien. De andere twee getuigen ook bij de slag te zijn geweest en daar hebben gehoord van het sneuvelen van de vader van Jan. Zij zouden hem allemaal goed gekend hebben. Verder laten zij vermelden dat de vader van Jan, Hendrik Inhulsen, bij overlijden de rang van sergeant-majoor had. Dat is wat vreemd want bij de geboorte van Jan, in 1812, was hij nog knecht. Zo snel gaan die bevorderingen normaal gesproken niet.

Tijd om eens in de archieven te duiken om na te gaan wat voor lieden die getuigen zijn:

  • Jan Arend Rensenbrink, geboren 16 februari 1788 te Zuijlen, Utrecht. Begonnen bij de Nationale Militie in 1812 als soldaat en opgeklommen tot sergeant majoor bij de 10de afdeling Infanterie.
  • Willem Orban, geboren 11 mei 1799 in Utrecht. Begonnen bij het 5de bataljon Infanterie op 1 augustus 1814 en bij getuigenis adjudant (onderofficier).
  • Jan Echard Lodewijk, geboren 17 juli 1798 in den Haag. Begonnen als fusilier bij de 9de afdeling Infanterie in 1818 om in 1825 toe te treden tot de 10de afdeling Infanterie.
  • Urs Joseph Jaggy, Zwitser geboren 5 september 1803. In de akte, uit 1940, staat dat hij 42 jaar is, overigens. Hij is sergeant bij de 10de afdeling infanterie, daarvoor begon hij als fusilier bij het regiment Zwitsers.

Volgens de stamboeken waren de eerste twee noch in hetzelfde bataljon noch betrokken bij de Slag van Waterloo. De andere twee zijn in die tijd niet eens in militaire dienst voor zover de registraties gaan. In feite is Urs pas 12 als de slag gevoerd wordt. Het lijkt er dus erg op, dan Jan zijn maten, Jaggy en Orban zijn bijvoorbeeld net als Jan foerier, gevraagd heeft deze waarschijnlijk valse getuigenis te doen zodat hij kon trouwen. Om daarvoor nu de Slag bij Waterloo te nemen en vervolgens Hendrik Inhulsen als sergeant majoor af te tekenen is wellicht wat overdreven, maar kennelijk had dat in het toenmalige tijdsbestek het gewenste effect.

Mij heeft het een tijd op het verkeerde been gezet: er is geen bewijs dat de vader van Jan in 1815 overleden is. Hij zou zomaar teruggegaan kunnen zijn naar Oldenburg om daar een gezin te stichten.

Verrassend kijkje op vorige woning

Onze eerste woning was aan de Mauritsstraat in Leiden, naast het snoep-, sigaren-, bloemen- en nog veel meer winkeltje van Goof en Tien. We hebben daar een leuke tijd gehad maar op een gegeven moment werd het duidelijk dat we het moesten verkopen om bij een mogelijke nieuwe aanstelling wendbaarder te zijn.

Vandaag was ik op bezoek op het Prins Hendrikplein dat grenst aan de Mauritsstraat. De woningen staan haaks op elkaar dus er is, vanuit de bovenetage, een redelijk uitzicht op de achterkant van onze woning. Op de foto zie je rechts eerst het schuine zwarte dak van onze buren. Daarachter een doorgetrokken achtergevel met twee vensters. De voorste kamer was mijn werkkamer en de achterste de kinderkamer. Voordat onze dochter werd geboren sliepen wij daar zelf, overigens. Onder de bovenramen zie je nog net een stuk van het keukendak en het keukenraam. De rest is door een enorme rietmassa aan het oog onttrokken.

De school die rechts stond, de Marnix van Aldegondeschool, is afgebroken en in de plaats van de speelplaats is nu een brandgang gekomen met daarnaast de tuinen van de woningen die op de plaats van de school gebouwd zijn.

Afgezien van de schotels verderop lijkt er nauwelijks iets veranderd aan de buurt. Ook de straatkant heeft niet veel verandering ondergaan. Het straalt nog steeds dezelfde rust uit als toen.

Een toch nog gezellige Kerstnacht 2033

Het is al sinds een paar jaar dat we de Kerstnacht bij opa en oma doorbrengen. Dat was maar goed ook deze keer, want de hele week was het bar weer geweest: sneeuw en veel wind. Opa vergeleek het met de winter van zo’n zeventig jaar geleden, 1963. Hij woonde toen in Amsterdam – Osdorp en in de nog niet afgebouwde wijk was de sneeuw op sommige plaatsen tot ongekende hoogten opgestoven: prachtig om vanaf te sleeën, maar voor het verkeer een ramp. Ondanks het slechte weer was de familie goed en wel aangekomen

Nu was het een mooie avond met sterren aan de hemel. Alleen vroor het nu behoorlijk en er was nauwelijks wind. De elektriciteitsvoorziening was weer op rantsoen gegaan. Per huis mocht er maar 2,5 kW verbruikt worden, daar was de “slimme meter” op ingesteld. Dat kwam omdat een sneeuwlaag de zonnepanelen mooi had toegedekt en de windmolens geen zuchtje wind opvingen.  Heel West-Europa was het slachtoffer van dit weer, dus uit het buitenland was ook geen steun te verwachten: er was gewoon niet genoeg elektriciteit voor heel Nederland. De verwarmingsinstallatie kon dus in het huis niets uitrichten.

Maar opa was niet voor een gat te vangen. Uit de schuur had hij een oud radiatorkacheltje gehaald dat hij onder de grote tafel in de kamer had neergezet. “Met warme voeten voel je je helemaal opperbest” zei hij en hij had gelijk ook. Natuurlijk was de kerstboom opgesteld en daarin brandden ouderwetse kaarslampjes. Ook die gekleurde dennenappel-gloeilampjes die kinderen zo mooi vinden waren aangestoken. “De lampjes helpen zo mooi mee de kamer op te warmen”, verdedigde opa zijn zogenaamd millieu-onvriendelijke verlichting.

De hele avond speelden we allerlei ouderwetse bordspelletjes, zoals Mens-Erger-Je-Niet en Ganzenbord. Het was best wel lekker warm in de kamer toen oma commandeerde dat de kachel maar even uit moest. Zij kon dan de worstenbroodjes bakken en met de keukendeur open zou het warm genoeg blijven. Dat konden we merken ook, want binnen de kortste keren drong een gekruide lucht in onze neuzen.

Rond middernacht dronken we een laatste glas bij de heerlijke worstenbroodjes. Hoog tijd voor de kinderen om te gaan slapen. Opa kondigde aan dat we dat dan wel binnen een half uur moesten regelen, want daarna zou de elektriciteit nog verder gerantsoeneerd worden tot 0,5 kW, net genoeg om de essentiële apparatuur in het huis te laten werken.

De volgende ochtend was er weer volop elektriciteit: er was een stevig briesje opgestoken. De verwarming was vanzelf weer aangesprongen dankzij de “slimme meter”. Maar van schaatsen zou niet veel komen, daarvoor was er al te veel sneeuw gevallen. Na het ontbijt vertrokken we weer allemaal naar de volgende Kerstvisite. Aan de ontbijttafel had opa nog het idee geopperd dat het handig zou zijn als de elektriciteitsquota van bezoekende families bij elkaar geteld konden worden zodat bij de gastheer een Kerstnacht gevierd kon worden onder minder barre omstandigheden. Wij waren het niet met hem eens. “Het was juist heel gezellig zo, laten we het volgende keer weer zo doen”, vonden de kinderen.

In memory of Elizabeth Reed

Concerto – foto uit de geschiedenisbeschrijving.

Toen we de examens voor MULO-B gedaan hadden, die voor MULO-A waren al eerder achter de rug, bleven we met een aantal uit de buurt bij elkaar komen om muziek uit te wisselen. Door onze eigen voorraad waren we eigenlijk snel heen. Maar daar was een eenvoudige oplossing voor. In de Utrechtsestraat in Amsterdam was de platenzaak Concerto; die is er overigens nog steeds maar nu veel uitgebreider! Daar kon je tweedehands platen kopen: een LP voor een tientje (guldens!) en als je die binnen een zekere tijd terugbracht – ongeschonden – dan kreeg je er negen voor terug. Het was dus eigenlijk een soort platenverhuur. Daar konden we mooi gebruik van maken en dan hadden we een kopie voor elk van ons!

We waren het meest op zoek naar blues en die had je daar veel. Mijn persoonlijke voorkeur ging al gauw uit naar platen van de Allman Brothers Band. De instrumentale nummers, vaak een hele LP-kant vol, vond en vind ik geweldig. De belangrijkste is – in mijn ogen – In memory of Elizabeth Reed, geschreven door Dickey Betts. Het zou betrekking hebben op een voorbije liefde van hem maar om de naam van de persoon er niet in te betrekken gaf hij het een naam die hij tegenkwam op een van de grafstenen op een begraafplaats waar de groep vaak kwam. Er zijn meerdere uitvoeringen van maar ik ben het met de meesten eens dat de levende uitvoering uitgebracht op de LP At Fillmore East de beste is. Al was het maar door de huilende gitaren bij de intro.

Minstens zo goed is het nummer Jessica, ook van Dickey Betts hoewel andere bandleden ook bijdroegen. Het zou vernoemd zijn naar zijn dochter die als baby op de muziek wiegde. Het is te vinden op de LP Brothers and Sisters. Van een iets andere stijl maar niet minder mooi is High Falls, wat mij betreft het enige nummer van betekenis op de LP Win, Lose or Draw. Niettemin een reden om die plaat aan te schaffen! Het nummer is ook geschreven door Dickey Betts, overigens.

Het spijt me te zeggen dat latere nummers mij niet konden bekoren. Maar dit is toch wel een aardige oogst voor een band wat mij betreft.

Wie schrijft die blijft

Het fotootje met daarop “Mojito Ergo Sum” door mijn dochter – voorzien van de tekstregel “Amen” – verstuurd binnen onze familie-whatsapp-groep herinnerde me weer aan de volgende anekdote.

Ik werkte indertijd veel thuis. Dat betrof dan vaak tentamens die nagekeken moesten worden, colleges die moesten worden voorbereid en meer van dat soort werkzaamheden. In de hectiek van het laboratorium kwam dat er nooit van en thuis kon ik daar in alle rust aan werken. Dit keer was mijn zoon naast mij komen zitten, hij zal toen een jaar of tien zijn geweest. Soms gaf ik hem wel eens een klusje als papieren vouwen of zoiets dergelijks. Maar dit keer zat hij aandachtig te kijken terwijl ik op mijn schootcomputer op tafel aan het werk was.

Op een gegeven moment vroeg hij mij waar ik toch zo druk mee bezig was. Ik antwoordde hem dat ik bezig was mijzelf te vereeuwigen. Hoe ik dat dan wel deed was toen zijn vraag. Ik antwoordde dat ik bezig was met een manuscript en dat dat binnen afzienbare tijd gepubliceerd zou worden. Vanaf dat moment zou iedereen die op zoek was naar informatie over dat onderwerp dat artikel kunnen vinden. En dat niet alleen over een paar maanden maar veel langer. Eigenlijk zo lang als gedrukte of digitale informatie bewaard blijft. Ik liep naar mijn boekenkast en liet een paar duidelijk stokoude boeken zien en gaf daarmee aan dat het werk van die schrijvers nog steeds bekeken kon worden ook al waren ze al lang overleden.

Dat is heel anders als je bijvoorbeeld groenteman bent. Of brandweerman of juf van een klas. Natuurlijk is het zo dat zolang mensen – ook na je dood – aan je denken je voor hen nog bestaat. Maar door je gedachten op te schrijven blijf je veel langer in het geheugen van mensen bestaan. Dus het is niet alleen “wie denkt die is” maar ook “wie schrijft die blijft”! Mijn zoon was daar diep van onder de indruk en inmiddels is ook zijn naam op een wetenschappelijk artikel te vinden.

Mijn favoriet

Eerder verschenen in de NRC van 30 november 2019, bewerkt door Gretha Pama.

Henry van ’t Hoff, 36×47 cm, olieverf op doek. Gekocht voor 300 euro

Bijna al mijn collega’s hebben wel wat aan de muur in hun werkkamer hangen. De één  diploma’s, de ander  posters van conferenties. Collega Henk Nugteren had óók schilderijen, op een  gegeven moment hing zijn kamer  er vol mee. De meeste waren portretten, ook van collega’s. Die waren  duidelijk niet helemaal natuurgetrouw, maar op een bepaalde manier ook  weer wel: de kleuren typeerden de afgebeelde mensen heel sterk. Toen ik hem ernaar vroeg vertelde hij dat  zijn vrouw,  Marian Nugteren-Dorleijn,  onlangs een tentoonstelling had gehad – en dat de  schilderijen nu even geparkeerd moesten worden.

Toen kreeg ik het idee  haar een portret te laten maken van Henry van ’t Hoff, mijn grote voorbeeld. Van ’t Hoff ontving in 1901  de eerste Nobelprijs voor Scheikunde. Dankzij  hem weten we dat als je de eigenschappen van moleculen wilt  begrijpen, je  de driedimensionale structuur ervan moet zien te doorgronden. In het begin werd hij weggezet als een fantast, maar dat was hij dus niet. Hij zag in dat je geen wetenschap kunt bedrijven zonder je creatieve vermogens te gebruiken.

Alles wat mijn vak bevat, zelf  geef ik colleges thermodynamica, komt in hem samen. En dan vooral ook dat wetenschap niet zonder creativiteit kan. Dat leer ik ook aan mijn studenten: creativiteit is niet per se dat je kunt schilderen of viool spelen. Het is je verdiepen in een probleem, zodat je het je eigen maakt, om  vervolgens  je andere hersenhelft aan het werk te zetten. Dat kun je al doen door een wandeling te maken.

Van Henry van ’t Hoff  zijn wel  afbeeldingen, maar schilderijen of foto’s van wetenschappers uit die tijd zijn bijna statieportretten, zo plechtig en serieus als de mensen kijken. En ik wilde wat levendigs.  Ik heb   foto’s van hem getoond, die waren in zwart-wit maar je denkt erop te zien dat hij blond was, en over hem verteld.  Het portret straalt nu  precies uit wat ik in  hem  waardeer: zijn kennis, maar vooral zijn verbeeldingskracht.  Ik ben er heel blij mee. Het hangt  in het zicht van bezoekers, die ik nooit nalaat zijn verhaal te vertellen.” 

Een camee van Boerhaave

Afgelopen weekeinde waren we in de Hermitage in Amsterdam om de tentoonstelling over Russische juwelen te bewonderen. Veel van de kunststukken dienden puur als opsmuk van dames – en heren – bij bals en andere gelegenheden. Een groot deel van de tentoonstelling ging hierover. Dat wil niet zeggen dat niet stuk voor stuk het prachtige en vernuftig gemaakte kunstwerken betrof. Als je je realiseert dat men die kleine details zo goed kon maken in een tijd, de achttiende eeuw, waar niet zoveel hulpmiddelen beschikbaar waren als we tegenwoordig kennen dan is het ongelooflijk.

Niet alle kunstwerkjes dienden uitsluitend als opsmuk. Er waren ook heel nuttige zaken bij zoals een – natuurlijk uitbundig versierde – toneelkijker. Naar een aantal ben ik nog eens terug gelopen zoals ook naar de camee waarop de beeltenis van Herman Boerhaave staat (zie boven). Gezien de kleur van de steen denk ik dat het jade betreft maar de begeleidende tekst geeft hier geen uitsluitsel over. Wel over de eigenaar: een particulier.

Verder zoekend op het web kom ik er niet veel meer tegen. Zo is er een praktisch dezelfde in de Hermitage in St. Petersburg, maar dan wel een andere steensoort want deze is blauw. Het lijkt er sterk op, dat er een in het Rijksmuseum Boerhaave moet zijn. Althans, dat lijkt de catalogus van de tentoonstelling Geletterd & Geleerd. Brill: 330 jaar typografie voor de wetenschap uit 2013 aan te geven. Bij nader onderzoek gaat het toch om een ander soort hanger, zie hier maar.

Je kunt je in deze tijd niet goed voorstellen dat men zo idolaat was van een arts of zoals we nu zouden zeggen specialist. Het is heel bijzonder en geeft zijn roem nog een extra dimensie: mensen droegen talismannen van hem! En dan nog wel aan het Russische hof.

Waarom ik zo in Boerhaave geïnteresseerd ben? Wel, ik heb een tijd geleden veel over hem gelezen om een wandeling door Leiden uit te zetten. Het is een puzzelwandeltocht met GPS-ontvanger die je eigenlijk ook best gewoon als wandeling zonder meer kunt lopen. De beschrijving kun je hier lezen.