
Het is al veel lichter ’s ochtends dus dit keer vertrok ik vroeg vanuit Leiden om rond 6:20 aan te komen in Woerden. Ik moest nog even wachten op de bus naar Wilnis en zowaar, de stationshuiskamer was al open. Kon ik fijn een kopje koffie nemen. De bus kwam behoorlijk te laat aan in Wilnis. Erg was dat niet, want de regiobus naar Nieuwer ter Aa zou een half uur later komen. Om kwart voor acht stond ik dan toch op de dam van Nieuwer ter Aa. Die dam ligt overigens in het riviertje de Aa waarnaar ook het dorpje genoemd is. Je kunt je haast niet voorstellen dat dit tot de dertiende eeuw de belangrijkste verbinding tussen Amsterdam en Utrecht was!

Even het dorp uitlopen en dan snel weg van het verkeer, de Boterdam op. Deze dam verdient zijn naam aan het feit dat boeren er vroeger hun zuivel over vervoerden naar de markten. De dam ligt tussen twee oude polders die in die tijd nog behoorlijk drassig geweest moeten zijn.

Dit hele gebied maakte deel uit van de Hollandse Waterlinie – het gebied kon dus geïnundeerd worden. Er zijn dan ook best nog wel wat molens te zien, sommigen wat dichter bij dan andere.

Ik was nu al bijna een uur aan het wandelen maar het bleef fiis en de zon bleef zich verschuilen. Maar even later, bij de Dooijersluis, waarmee water in de polders gelaten kon worden als die geïnundeerd moesten worden, kwam de zon tevoorschijn. En er stond nog een picknicktafel ook. Goede reden om hier even neer te strijken voor een korte rustpauze met een hapje en een drankje.

Ik wandel weer verder over een lange dijk. In de verte de Spengense molen. Die molen heeft in het verleden veel werk verricht maar helaas is het gevolg dat de polder behoorlijk is ingeklonken. Men probeert nu listen te verzinnen om te voorkomen dat dit in de toekomst tot problemen bij hogere waterstanden gaat leiden.

Deze wandeling kent ook een pontje. Ditmaal een zelfbedieningsinstallatie. Er is zo vroeg op de dag niet veel volk op de been. Dus ook niemand die me wil overzetten – ook geen heen-en-weerwolf om met Annie M.G. Schmidt te spreken. Ik moest het helemaal zelf doen. Erg zwaar werk is het niet maar daarom wel veel draaiwerk!

Een eind verder kom ik weer in de bewoonde wereld: het dorpje Kockengen. Het pad maakt een lusje voor langs de kerk. Die kerk neem ik op de foto en terwijl ik er voor sta slaat de klok tien maal. Even verderop is een eetcafé waar ik een jongedame het rolgordijn bij de deur zie oprollen en het bordje “gesloten” om zie draaien: ik mag naar binnen en bestel een kopje koffie. Ik ben immers bijna halverwege en dit keer kloppen mijn rustpunten goed met de horeca!

Het pad gaat steeds weer door poldergebied en langs waterwegen. Het levert soms aardige doorkijkjes op. Maar de weg is hier nog steeds vlakbij en dat geeft nogal wat herrie rond deze tijd.

Maar dan kom ik bij de Hollandse Kade en die leidt helemaal door de stilte. Nou ja, afgezien van vogels en – jammer maar waar – af en toe onderbroken door een rij vliegtuigen van of naar Schiphol.
Het is een hele lange route door de velden die slechts af en toe onderbroken wordt door een stukje weg. Bij een van die onderbrekingen is een picknicktafel en daar neem ik weer een rustpauze.

En dan komt het pad – inmiddels autoweg – aan bij de Oude Rijn. Het pad langs de Oude Rijn heb ik al eerder gelopen. Het leidt mij tot het Bredius park waardoor de weg zich baant naar het station. Dit keer laat ik de horeca links liggen: dat neem ik bij het station wel.
Deze wandeling was 21,5 km en duurde 5,5 uur waarvan ik een uur heb gepauzeerd. Onderweg waren er natuurlijk ook nog wat geocaches die ik bezocht heb. Het was een aangename wandeling. Op naar de volgende!