Mijn tante Wies in Noordwolde?

Eerder verschenen in de speciale editie van “De Twiegsnieder” ter gelegenheid van 80 jaar Vrijheid; Jaargang 15, nummer 1, april 2025.

Wiesje met haar broer, mijn vader, Joop voor het hek van parochiekerk de Boom, rond 1938.

Begin december kreeg ik een vraag van een medewerker van het dorpsarchief van Noordwolde. Zij was op zoek naar nazaten van mijn tante Wies Koper die in de oorlog in hun dorp verbleef. Ene Klaasje Klein had er over in haar dagboek geschreven – ze stuurde het betreffende stukje samen met wat foto’s. Wat Klaasje over Wies schreef is heel herkenbaar: over waar ze woonde, over haar zus die mank liep en over haar katholieke geloof.

Navraag bij haar kinderen en haar twee nog levende zussen, één ouder en één veel jonger dan haar, leverde niets op. Alleen een neef en nicht, kinderen van een broer van Wies’ vader, konden wel wat meer over die periode vertellen: mijn nicht was zelf geëvacueerd. Zij brachten de rol van heeroom Jan Koper, pater Jezuïet bij het Ignatius College die in de oorlogstijd aalmoezenier was in de gevangenis van Amsterdam, als bemiddelaar bij het evacueren van kinderen naar het platteland naar voren.

Wies zou op 3 juni 1943 naar Noordwolde zijn gekomen. Zij was toen 11 jaar en zat toen nog op de lagere school. Dat was een jaar nadat haar jongste zusje was geboren, dus noodzaak was er wel met de voedselschaarste in Amsterdam. Na de lagere school ging Wies de MULO doen, waarschijnlijk zoals veel meisjes uit die tijd de driejarige opleiding om voorbereid te worden op administratief werk. De foto van Wies met haar zus Bep in Noordwolde zou in augustus 1948 gemaakt zijn. Dat zou net na haar eindexamen voor de MULO geweest kunnen zijn; zij is dan 16 jaar. Als ze tot dan in Noordwolde is gebleven dan was ze er ruim vijf jaar.

Wies op bezoek bij mijn moeder bij de geboorte van mijn jongste broer in 1961.

In 1953 trouwt ze met Hans Dicker en samen hebben zij zes kinderen. Met haar man zal ze de oorlogstijd wel gedeeld hebben, waarschijnlijk moest hij net als mijn vader op pad om eten bij de boeren proberen te halen. Waarom ze niet over die tijd wilde praten met haar kinderen is niet duidelijk. Een dochter heeft alleen de herinnering aan de stoppenklos die ze altijd hanteerde nog, zoals Klaasje ook beschreef. Ze begrijpt nu waar dat vandaan kwam.

Ik herinner me haar als de goedlachse tante die altijd aandacht voor je had. Ik heb daar als kind in de vakanties wel een weekje verbleven. Later ben ik er ook nog wel eens op bezoek geweest maar het contact is versloft. In 1997 is Wies op 65-jarige leeftijd overleden, haar man Hans veel later, in 2010. De herinnering aan een fijne tante blijft.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *