
Dit complex bestond uit twee uit rots gehakte temples in het voormalige dorpje Abu Simbel. De tweelingtempels stammen uit de 13de eeuw voor Christus en je ziet dan ook de figuren van Ramses II, zijn vrouw Nefertari en kinderen rond de voeten. Het complex is in 1968 in zijn geheel verplaatst om niet verloren te raken in het stuwmeer dat door de dam bij Aswan zou ontstaan.

De weg er naar toe duurde ruim drie uur en begon bij de eerste dam voor het stuwmeer in de Nijl. Aswan ligt praktisch tegen de dam aan. In zijn geheel is de dam van hieruit niet in beeld te krijgen. Misschien dat het kan lukken van bovenaf; het is een enorm ding.

Niet ver buiten het dorp begint de woestijn: allerlei variaties op zand, stenen en rots. Hier en daar is er wat structuur te herkennen. Er loopt bijvoorbeeld een telefoonlijn langs de weg. En naast deze weg wordt een nieuwe aangelegd, waardoor er heel veel sporen in het zand staan.

Het meest bijzondere zijn de gebieden die nu bevloeid kunnen worden door water uit het meer. Afhankelijk van de afstand tot het meer zijn het meer of minder gebieden. Het zou goed kunnen dat over flink wat jaren het hele gebied groen is.
Na een lange tocht kwamen we dan eindelijk bij de tempels aan. Het was niet meer zo druk, het was immers het midden van de dag en dus al flink warm. In de tempels viel de temperatuur wel mee.



Het is onmogelijk om een goed beeld te geven van wat er te zien was. De omvang van de beelden en reliëffen is groter dan elders. Het is dan ook een tempel waarmee de farao wilde tonen aan de goden dat hij hun dienstbaar was.

Nou zou je denken dat het ’s nachts stil is in de tempels maar niets is minder waar. Er zijn inmiddels ruim voldoende bewoners die de koelte binnen ook wel kunnen waarderen.
Na de bezichtiging namen we een kop koffie en bekeken we nog de film die handelde over de verhuizing van de beelden van de tempel: indrukwekkend. Toen weer de lange weg terug.
Morgen op weg naar Luxor!