Nadat we maandagochtend alles wat we mee wilden nemen in de kampeerwagen hadden gepakt – de extra spullen gingen voornamelijk in de dakkoffer – konden we op stap. In een paar uur reden we naar Bray-les-Dunes, een klein plaatsje boven Duinkerke. Langs de kust is het het kleinste plaatsje net onder de grens met Frankrijk. Veel van het duingebied is hier natuurmonument en vanzelfsprekend grenst de grote camping waar wij zitten aan.

Het was goed warm maar we stonden redelijk in de schaduw van de bomen. Tegenover ons was een speelplaats waar de jeugd zich tot bijna 10 uur ’s avonds vermaakte. Dat ging natuurlijk niet geruisloos …
Ik besloot die namiddag te gebruiken om de zendspullen uit de kampeerwagen te halen, de mast op te zetten en met mijn nieuwe transceiver – slechts 5 Watt maximaal zendvermogen – de ether te bestoken. Dat lukt prima, ik maakte zo’n 43 verbindingen.
Nadat de kinderen allemaal naar hun tenten waren gegaan werd het rustig. We hadden nog een uurtje een eerder opgenomen film bekeken en toen was het tijd om te gaan slapen. Heerlijk rustig hier, geen enkel vliegtuig dat ik hoorde over vliegen.
De volgende ochtend begon met een licht buitje. Maar naarmate de ochtend vorderde verdwenen de woken en brak de zon door. De fietsen hebben we toen klaar gemaakt voor de reis en even later konden we op stap. Er zijn speciale fietspaden aangelegd en toen we die eenmaal gevonden hadden was het fijn fietsen door de duinen.

Boven Duinkerke werd de fietsroute vervolgd over de boulevard. Een lange strook langs eenvoudige huizen afgewisseld met luxe hotels. Naarmate de ochtend vorderde werd het drukker. En veel wandelaars en fietsers trokken zich geen moer aan van de wegmarkeringen. Met andere woorden, het werd wat lastiger manouvreren langs de kust.
We waren toch nog wel te vroeg voor de vele tentjes langs de boulevard dus togen we wat meer landinwaarts om een kopje koffie te scoren. Het was even zoeken maar toen vonden we een straat waarlangs er vele waren. Na de koffie besloten we verder te rijden en te zien hoe het terrein bij het vertrekpunt van de ferry er uit zag. Het navigatieapparaat stuurde ons over allerlei wegen, soms industriegebied, soms een slaperig stadje en dan weer weilanden en akkers. In een van die slaperige stadjes namen we nog een koffie met een broodje. Het laatste stuk was een kale vlakte met veel containerbedrijven en ander vracht-gerelateerde bedrijven. En tussendoor af en toe een groepje vluchtelingen, bijzonder goed gekleed overigens.
Er bleek een groot parkeerterrein te zijn bij het vertrekpunt te zijn. Dit in tegenstelling tot wat in de beschrijving stond. De mensen van DFDS konden ons vertellen dat we elk moment konden aankomen en parkeren. Dat was mooi om van te voren te weten.

Op de terugtocht fietsen we langs verschillende geocaches die we natuurlijk nader gingen onderzoeken. Ook kwamen we nog wat markante gebouwen tegen, zoals de Tour du Leughenaer. Vroeger was het onderdeel van de vestingmuur. Later is het ook vuurtoren geweest. De naam heeft het gekregen omdat het soms in oorlogstijd de verkeerde signalen uitzond.
In een plaatjsje onderweg namen we een seniorenlunch: we deelden een hoofdschotel. Vervolgens verder terug langs het schitterende fietspad. Eenmaal aangekomen bij de kampeerwagen heb ik de gelegenheid genomen om eens lekker uit te rusten: slapen dus.

Toen rustig de boel inpakken en klaargemaakt voor de reis. De kinderen hadden de speeltuin weer goed in gebruik genomen en maakten een hels kabaal. Rond half negen vertrokken we naar de boot. Het duurde tot zo’n 11 uur ‘savonds voor we aan boord mochten. Daar was de gelegenheid voor een verlaat diner. Ze hadden erwtensoep dus daar nam ik wat van … met een biertje tenminste.
Nu een dag varen naar Rosslare. Later meer.