Fraser Island

Fraser Island staat bekend als een eiland dat voor het overgrote deel uit zand bestaat. Wat er bijzonder aan is, is dat er toch regenwoud en gewone begroeiing te vinden is. Dat zoiets mogelijk is dankt het eiland aan een groot natuurlijk zuiver water reservoir onder het eiland: het is eigenlijk een door zand overdekt groot kratermeer. De weersomstandigheden, aanvoer van zand door rivieren en de aanwezige mineralen zorgen voor de rest.

Er zijn geen “nette” wegen alleen een netwerk van zandwegen over het eiland en – het harde deel van – het strand. Het spreekt vanzelf dat dat voor veel mensen al een uitdaging is: met een 4WD over het eiland en het strand scheuren. De maximale snelheid in het binnenland is 10 of 20 km/h en langs het strand 80 km/h. Zeker in het binnenland is dat moeilijk te realiseren. Onze “bus” was een uitvoering die het goed aankon, er waren ongeveer 20 mensen met ons mee.

Dan waren er allerlei bezienswaardigheden. Gekleurd zand, de overblijfselen van een houthakkersdorp met treinennetwerk, een duinmeer met heel zuiver water, enorme bomen en verschillende soorten dieren: de dingo (boven) en walvissen die hier vlak langs de kust komen. Verder zijn er wat spectaculaire dingen, zoals een scheepswrak, vliegtuigjes waarmee je over het eiland kan vliegen (tegen betaling) en uitzichten. Met een boottocht, lunch in een heus restaurant op het eiland en de tocht terug onder het genot van een drankje was het geheel compleet. Een welbestede dag.

Hervey Bay

Vandaag weer een reisdag. Vanochtend vroeg uit Cania Gorge vertrokken en een weg van ongeveer 350 km in zo’n 4,5 uur afgelegd. Alleen even stoppen om benzine te tanken en koffie te drinken. We hadden gereserveerd op Colonial Village Resort. Er waren geen kampeerplaatsen meer maar wel een kamer met gedeelde faciliteiten (zoals op een camping) waar we de kampeerwagen vlak bij konden parkeren. Iets luxer maar nauwelijks duurder.

Na wat internet-werk een wandelingetje door langs de haven gemaakt. Relatief saaie omgeving hier met wat visverwerkers en verder een haven met pont naar Fraser Island en meer van dies. Er lag een schat dichtbij, dus die hebben we maar even opgezocht.

Voor morgen hebben we een tocht naar en over Fraser Island geboekt. Het zal ons benieuwen!

Cania Gorge Park

Het park kent een behoorlijk aantal wandelingen en daarvan hebben we er een aantal gelopen. De wandelingen leiden naar bijzondere landschapspunten zoals de drakengrot en de overhang. Bij die eerste lag ook nog een schat verstopt die na wat klimmen was te vinden. Daarna verder gelopen naar een uitzichtpunt over de Cania Gorge.

Bij een ander punt, de overhang, kwamen we een Australisch echtpaar tegen die graag wilden dat we een foto van ze zouden maken. Nadat dat gedaan was hebben zij weer van ons een foto gemaakt. Daarna hebben we nog een tijdje met ze gekletst over de verschillen tussen Australië en Nederland / Europa.

Na de lunch zijn we naar een ander parkeerterrein gelopen van waaruit een voormalige goudmijn was te zien. Veel is er niet meer van over, maar zeker tot 1950 was het nog operationeel. Nu heeft men er een dam aangelegd waarmee water kan worden verzameld voor energiewinning. De schat die hier verstopt lag was nog een stukje verder lopen naar een voormalige steenafvalberg. Het gaf een leuk uitzicht over het gebied van de mijn en van de dam.

Strandwandeling, vogeltjes voeren en kangoeroes

Natuurlijk moesten we dat Keppel Sands nader bestuderen. Aan de campingzijde was uitzicht op een baai maar de mooiere met strand lag aan de andere kant. Het zand is inderdaad veel fijner dan wat we elders tegenkwamen, bijna poederachtig. Aan beide uiteinden zou een schat verstopt liggen, maar de ene kant was ontoegankelijk door constructiewerkzaamheden. Dan maar de andere kant. Dat was minder eenvoudig dan gedacht: het strand eindigde in rotsen en langs de rots moest er omhooggeklommen worden naar de verstopplaats. Maar uiteindelijk is het gelukt.

In het stadje kwamen we langs struiken waar vrij grote vleermuis-achtigen in hingen. Toen we er op af liepen begonnen ze onrustig te worden en sommigen vlogen weg. Een bijzonder gezicht.

Daarna op weg naar de volgende bestemming. Eerst in Rockhampton boodschappen gedaan. Een internetverbinding bleek er niet in te zitten. Daarna de lange tocht naar de volgende camping. Voor deze gelegenheid niet langs de A1, de Bruce highway, maar de A3, de Burnett highway. Die bleek beduidend rustiger dan de A1 dus we konden flink doorrijden.

Bij de kampeerplaats bleek zowel telefoon- als internetverkeer onmogelijk. Alleen de telefoon van de receptie is beschikbaar. Om dat gemis op te vangen werd er van alles georganiseerd. Rond half vijf werden de (tropische) vogels gevoerd en inderdaad kwamen allerlei vogels op handen zitten als er maar voer in zat.

Ook liepen de kangoeroes tegen de vooravond uitgebreid over de camping te scharrelen naar voedsel. Helemaal tam zijn ze niet want als kinderen op ze jagen raken ze al snel geïrriteerd en springen alle kanten op.

’s Avonds werden pizza’s gebakken, was er levende muziek en werd er een openluchtfilm gedraaid. Daarmee komt men zonder radio, televisie, telefoon en wifi de avond wel door!

De Capricorn grotten en Keppel Sands

De krokodillensafari kon niet doorgaan door ziekte, dus vandaag maar meteen richting Rockhampton. Een lange rit zonder veel vermaak. Onderweg kwamen we nog wel langs de kust, bij Clairview, maar dat stelde toch wat teleur. Meer dan toiletten en een winkeltje in snuisterijen was er niet. Verderop was nog wel een kampeerplaats met een soort van snackbar maar dat trok ons niet zo.

Vóór Rockhampton is nog wel een aardige bezienswaardigheid, de grotten van Capricorn. Het zijn in feite bovengrondse grotten van kalksteen. Het speciale is dat de begroeiing wortelt door de grotten heen op zoek naar vocht. Verder is er een zaal die men de kathedraal noemt – in feite niet meer dan een kapel – met bijna-perfecte akoestiek. Om dat te bewijzen zong de begeleidster een Australisch liedje, bepaald niet onverdienstelijk. Daarna kwam er een opname en die klonk beduidend slechter – zoals gewoonlijk teveel bas. Indrukwekkend was het wel. Kennelijk wordt de zaal regelmatig voor bruiloften gebruikt.

En dan op zoek naar een camping. Er zijn er zat in Rockhampton maar wij hadden iets specialers aan de kust uitgezocht: de Keppel Sands. De camping was er inderdaad en had ook nog plaats voor ons. Afgezien van de foto van de zonsondergang hebben we nog niets meegekregen van deze plek. Dat is voor morgenochtend. Wel hebben we in het aanpalende motel wat kunnen eten en drinken. Zo’n vrijdagavond in een buitenstadje van Australië heeft ook wel wat.

Watervallen en een slaap-badplaatsje

Vandaag opnieuw naar het Eungella park maar nu naar een andere locatie, Finch Hatton Gorge. De toegangsweg werd af en toe overstroomd door het riviertje maar dat gaf verder geen problemen. Na de koffie kwamen we aan bij de parkeerplaats van waaruit de wandeling omhoog kon beginnen. Eerst liepen we helemaal naar boven waar een grote poel was ontstaan waar mensen in probeerden te zwemmen. Het was kennelijk nog fris dus het bleef bij bescheiden pogingen. Onze pogingen om hier een schat te vinden strandden op slecht begrip van de omschrijving.

Op de terugweg liepen we langs een deel waar een spectaculairdere waterval was te zien. Ook hier was een poel ontstaan waar wat kinderen in speelden. De ouders hielden hun kleren aan!

Op de terugweg zijn we nog op een paar tussengelegen plaatsen gestopt om een schatplaats te bezoeken: een in het stadje Finch Hatton zelf, een bij een brug over de Cattle Creek daar niet ver vandaan en een voorbij Gatton.

Na op de camping een kopje thee gedronken te hebben togen we naar een dorpje dat onze interesse gewekt had: Saint Helens Beach. Het dorpje ligt zo’n 10 km van de camping af aan de kust. Toen we er aan kwamen leek het wel een spookstadje. Alles was piekfijn op orde, groen gras overal. We vermoeden dat hier alleen maar bejaarden wonen. Allemaal gezellig bij elkaar in een geordend stadje.

De haven van Airlie Beach en vogelbekdiertjes

Vanochtend werd het tijd het stadje Airlie Beach eens wat nader te bekijken. Geparkeerd bij een grote supermarkt en toen naar het strand. Het was er zo vroeg al een drukte van belang en de meeste bezoekers hadden meer aandacht voor de toeristenmarkt dan voor het strand zelf. Het strand moet een slap aftreksel zijn van Whitsunday Beach, aan een van de eilanden voor de kust, maar we hadden er het geld niet voor over om daarnaar te gaan kijken. Het strand hier was ook aardig wat ons betreft. Aan het havenhoofd was ook nog een schat verstopt. Natuurlijk waren we weer vergeten een pen mee te nemen. Maar gelukkig was eega zo flink om een van de werklui daar aan te spreken om te vragen om een pen. Daarmee konden we onze vondst in het logboekje vermelden.

Daarna op weg naar de volgende kampeer-lokatie, in de buurt van het Eungella park. Daar waren we na een goede anderhalf uur rijden. Aangekomen bleek, dat we een camping met precies dezelfde naam in Tasmanië hadden gereserveerd. Maar er was ruim plek dus dat was geen probleem. Van de andere camping kregen we het meeste terug, dus er was verder niet veel mis gegaan.

Na een kopje koffie weer op reis, ditmaal naar het park zelf. Als eerste plek hadden we Broken River op het programma staan, een stukje voorbij het plaatsje Eungella. Daar kon men het vogelbekdiertje (platypus) zien zwemmen. En inderdaad, gezien hebben we het wel maar het is te snel en te ver weg om goed op de foto te krijgen. Anderen hadden beter fototuig maar daarmee lukte het ook niet. Er was zelfs iemand die midden in de rivier ging staan met een wetsuit aan en helemaal gecamoufleerd. Ook die had geen geluk. De beestjes vermaakten zich prima maar ver verwijderd van alle toeschouwers. Er zou hier ook nog een schat moeten liggen, maar die was niet te vinden.

 

Van Rollingstone naar Airlie Beach

Toen we wakker waren hebben we eens rustig rondgelopen over de kampeerplaats. Best een groot geval met veel voorzieningen maar zonder toezicht. Er werd druk gebruik van gemaakt en na nu bleek was er nog veel meer plaats vrij dan ons in het donker bleek. Na het ontbijt maar weer op pad.

De afstand van hier naar Airlie Beach is een kleine 350 km maar je doet er behoorlijk lang over. Bovendien is de route niet bepaald boeiend. Veel suikerrietplantages en hier en daar een mijn: koper, zink en nog veel meer. Kleine plaatsjes tussendoor, zoals Ayr, geven de mogelijkheid om koffie te drinken en eventueel boodschappen te doen.

Op de camping aangekomen veel geregeld voor de komende paar dagen. Het was de bedoeling aansluitend van hieruit wat te ondernemen maar dat hadden we eerder moeten reserveren. Nu is het plan om eerst naar het Eungella park te gaan en vervolgens weer terug naar Airli Beach voor een krokofillensafari!

Holloways Beach en Rollingstone

Vanochtend rond 9 uur waren we bij het autoverhuurbedrijf. Natuurlijk was de spiegel er nog niet maar we hadden nog wat zaken via internet te regelen dus dat deden we van hieruit. Na een uur waren we daar goed klaar mee. De spiegel liet op zich wachten en kon wat de mensen daar betrof ook nog wel ’s middags laat komen en dan waren er geen mensen meer om hem te monteren.

Daarom niet getreurd zijn we naar Holloways Beach getrokken. Een gezellig strandje, niemand ging echt zwemmen, maar met een nog gezelliger café. Daar namen we eerst een kopje koffie met koek. Daarna gingen we op zoek naar wat schatten. Een daarvan liet zich überhaupt niet vinden, de tweede was lastig en de derde was eigenlijk best gemakkelijk hoewel het in het uitgedroogde moeras lastig was de muggen van je lijf te houden.

Inmiddels was het ruim twee uur en tijd om te lunchen. We gingen weer terug naar het cafeetje, voorwaar de enige fatsoenlijke gelegenheid in het dorpje. Van daaruit vroegen we het verhuurbedrijf hoe het er mee stond. Geen spiegel nog. Toen vroegen we wat het plan was. Binnen een uur zouden de monteurs naar huis gaan en dan hadden we nog niets. Prompt werden we gebeld met de vraag om toch maar langs te komen. Ze zouden een spiegel van een andere wagen op de onze zetten.

Na een goed uur was dat gedaan en rond half vier konden we op weg naar Rollingstone, zo’n 330 km verderop. Hoewel we de “highway” namen schoot dat natuurlijk niet op. Maximaal 100 km/h maar meestal minder vanwege gebuurten, wegopbrekingen, spoorlijnen, etc. Rond 6 uur waren we in Caldwell, een kleine 200 km afgelegd dus. Het stadje lag aan een leuk strand dus was in goeden doen. Niettemin was het er inmiddels al vrij rustig en het strand was verlaten.

De zon ging onder dus het zou spoedig donker zijn. Het werd ook minder druk en er waren minder onderbrekingen dus konden we langer de 100 km/h handhaven. In het donker weliswaar, maar het was te doen. Aan de rand van Rollingstone vonden we een (gratis) kampeerplaats voor kampeerwagens met uitsluitend toilet en stromend water; 48 uur maximaal. Meer is er niet nodig voor deze nacht.

 

Via Yungaburra terug naar Cairns

Morgen willen we vroeg bij het verhuurbedrijf zijn om de spiegel te laten vervangen. Daarom vandaag terug naar Cairns. De eerste stop, voor de koffie natuurlijk, was Yungaburra. Net als Herberton heeft het een historisch deel maar dat hebben we links laten liggen. Waar we wel langs zijn gegaan is de “Avenue of Honour” die hier is aangelegd speciaal voor de gevallenen in Afghanistan. Er was ook speciaal voor de gelegenheid een schat verstopt.

Daarna zijn we langs de toeristische route, dus langs/door allerlei natuurparken, naar de volgende kampeerplaats gereden, Sunland Carapark. Het is een stadscamping die we gekozen hebben omdat van daaruit het verhuurbedrijf eenvoudig te bereiken is. Wat opviel was dat waar het in de bergen redelijk koel was, rond de 20 graden en bewolkt, het hier uitgesproken warm is, 33 graden en zonnig.

Na de lunch op de kampeerplaats zijn we rustig naar de Esplanade gewandeld, iets van 3,5 km. Het was er gezellig druk en we zijn rustig opgelopen tot aan het (toeristen)haventje. Op het uiterste puntje is een uitzichtpunt waar nog een schat verstopt lag.

Na in de buurt wat gedronken te hebben zijn we teruggelopen naar het hotel waar we de eerste nacht verbleven. Daar is een balinees restaurant aan verbonden dat we nu graag wilden proberen. Het menu vertoonde veel bekende gerechten maar het meest bekende was wel bami/nasi-goreng. De omschrijving voldeed precies aan de verwachtingen en het leek ons wel aardig dat eens te proberen. Wel, het was duidelijk een paar klassen beter dan wat we in Nederland voorgeschoteld krijgen. En de prijs, 22 australische dollar oftewel ongeveer 14,50 euro was beslist niet extreem. Na de maaltijd hebben we ons gemakkelijk terug laten rijden door een taxi. Die zijn hier ook niet vreselijk duur.