WebPi: Web server and reverse proxy

For WebPi, the computer that would become responsible for the connection between my local area network and the world wide internet, an RPi3 was chosen. The idea was to install a renowned web server software package on it, Apache.

The first step is installing the operating system, Raspbian. Since the machine would run without console, the light version should be sufficient. Any missing packages can be added anyhow. At the time of writing, the latest version is Stretch. That proved not to be fully stable yet for the subsequent steps, so I chose the previous version Jessie (2017-04-10). Installation runs smoothly and after changing the host name, allowing SSH and setting the time zone the machine is ready for use. Important issue is here to set a new password for the standard user, pi, otherwise the vulnerability of the web site and subsequently the whole local area network will be at stake.

There are quite a few descriptions available on the internet to install Apache, I chose the one that was clearly aimed at the kind of RPi I was using: “How to Make a Raspberry Pi Webserver” by Alok Naushad. It is intended for RPi2 but appears to work as well for the RPi3 with Jessie Lite. All steps were followed until setting a static IP-address. In my router, a Fritz!Box 7581, there is no need for that, as it has a primitive DNS for the connections within the LAN, e.g. WebPi.fritz.box . This will keep track of a correct IP-address. The router also has the option to fix the IP address to the MAC address of the device but that appeared unreliable. Furthermore, my internet provider already has a host name on the world wide web set for me so there is also no need for that step. Although this host name is a bit clumsy as it contains the whole IP-address it can be used. In practice, the user should not need to use this host name but it will be used for a dynamic link to the web site(s).

An important issue is the security of the web site as it provides the access from the world outside to the local area network. Again, there are many descriptions – right and wrong – that describe how to do this. One that, in my humble opinion, is very well written and stands out for clarity is the answer written by Thomas Ward in response to problems associated with this issue. It clearly describes how to set ownership of the various folders as are accessible from outside.

The second step involves setting up the Apache web server so that it will pass on html-information from the various other RPis in the local area network, such as control of the central heating system, solar heaters, etc. to the outside world without compromising  the machines or the network. Of course the web site of Apache has a description, albeit a bit brief. A better description was by LeaseWeb Labs, but actually a combination of various examples finally gave the hint. The essence is to set up the reverse proxy virtual host configuration in “/etc/apache2/sites-available/yourwebsite-proxy.conf”. Mine essentially looks like

<VirtualHost *:80>
ServerName www.yourwebsite.com
DocumentRoot /var/www/html
ProxyPreserveHost On
ProxyRequests off
ProxyPass /pi1 http://RPi1.fritz.box:8083
ProxyPassReverse /pi1 http://RPi1.fritz.box:8083
ProxyPass /pi2/ http://RPi2.fritz.box/~pi/
ProxyPassReverse /pi2/ http://RPi2.fritz.box/~pi/
</VirtualHost>

From the web, the machines are now available as www.yourwebsite.nl/pi1 etc. The ServerName is the one provided by my provider. the other names come from the router and host name settings. There are two examples, one where a port is different, 8083, from the standard 80 and one where the html-information is in another directory. One remark though: it is possible to replace the host names by their IP-addresses; this is extremely helpful while testing.

Finally, there are free services that test the security of the web site. I tried ScanMyServer and it gave 60%; most problems are associated with the older version of Apache but there is no more recent version available for RPi or one has to do the compiling and further processing oneself. For the time being good enough.

 

Melbourne: familiebezoek in Heidelberg, Victoria

Laatste dag in Australie. Morgen gaan we beginnen aan de lange reis terug naar Nederland. Het was een schitterende ochtend dus we besloten tijdens het ontbijt om een wandeling te maken door de koninklijke botanische tuin van Melbourne.

De tuin is redelijk klassiek ingericht en laat binnen- en buitenlandse bomen en planten zien. Het bleef mooi weer dus we zijn door de Victoria tuin en de Koningstuin gelopen naar het centrum. Daar een eenvoudige lunch genomen en toen terug gelopen. De lucht begon wat te betrekken.

In de namiddag zijn we vanuit het motel naar het huis van mijn tante Paula gelopen. We waren iets te vroeg dus we konden meehelpen met het inrichten van de kamer voor het bezoek dat ze verwachtte. Mijn nicht Elizabeth is de dag er op jarig en dat zou ze ook vieren. Langzamerhand kwam de familie binnen en we hebben een gezellige avond gehad met de (klein)kinderen van Paula. Prima met iedereen kunnen praten over hoe onze opvoedingen parallel en toch grotendeels gescheiden verliepen. Veel foto’s daarbij bekeken die weer nieuwe herinneringen opriepen. Het was heel gezellig.

Melbourne: familiebezoek in Heathmont

In 1992 was ik voor de eerste keer in Australie vanwege een conferentie en in een tweede keer met de buitenlandreis van de Delftse studenten in 2005. Bij beide gelegenheden heb ik ook een bezoek gebracht aan mijn familie . Tijd dus om weer eens langs te gaan. De afgelopen twee dagen waren mijn tante Carol en mijn oom Rob aan de beurt.

De eerste dag hebben we met ze een bezoek aan een dierentuin in Healesville gebracht. Daar kon Carla eindelijk eens op de foto met een koala. Helaas waren de meeste koalas verstopt in bomen en nauwelijks bereid zich te bewegen. Daarom maar een bronzen versie opgezocht.

Na de lunch zijn we nog even op zoek geweest naar een schat die in de buurt verstopt lag. Mijn tante was erg geinteresseerd in dat schatzoeken dus dat hebben we even laten zien. Het kostte niet veel moeite deze te vinden en spoedig konden we ons bezoek noteren in het logboekje.

’s Avonds was een familiebijeenkomst georganiseerd waarbij een groot deel van de kinderen, kleinkinderen en achterkleinkind van Rob en Carol op bezoek kwamen. Mijn neef Roger had naar goede Australische traditie een barbecue bereid en alle familieleden hadden wat meegenomen. Het werd een gezellige bijeenkomst waarbij er ruim gelegenheid was om ruim met alle familieleden te praten.

De volgende dag was mijn neef Roger de chauffeur en reed ons rond in de omgeving. Vanaf mount Dandenong hadden we een prachtig uitzicht over Melbourne (zie foto). Daarna langs wat wijnhuizen om wat lokale wijn en cider te proeven en langs een chocolaterie. Ook nu na de lunch nog een schat gezocht in de buurt. Nu weet ook mijn neef hoe het schatzoeken in zijn werk gaat.

Op de terugweg nog even langs mijn zieke nicht Nicole waar we ook even konden praten met haar man Tony en de kinderen Kimberly May en Christopher. De andere dochter is Chantelle, die is in Albany en dat is wat ver van hier. Het gaat erg slecht met Nicole en dat maakt het voor de familie bijzonder zwaar om mee om te gaan.

Na nog een foto gemaakt te hebben in de tuin hebben we afscheid genomen. Daarna zijn we naar het volgende motel in Heidelberg gereden voor ons volgende bezoek, morgen.

Melbourne City

Tja, wat ga je doen als de weersvooruitzichten niet zo denderend zijn: juist, de binnenstad in. Dat hebben we ook gedaan en eigenlijk viel toen het weer nog wel mee ook. In de middag waren er een paar druppels, een buitje toen we in de tram zaten en voor de rest was het droog. Geen slechte dag dus eigenlijk.

Wat is er zoal te zien in die binnenstad. De Lonely Planet gids begint over winkels, musea en nog meer. Het bezoekerscentrum had er een andere benadering voor: stadswandelingen. Twee trokken ons er wel. Een wandeling langs de arcaden en verbindende laantjes in de stad: (bijna) overdekte stukken winkelgebied. Dat bleek een goede keuze en dankzij die wandeling hebben we er wel een aardig beeld van gekregen.

In zo’n laantje kwamen we Hell’s Kitchen tegen en dat leek wel een aardige plaats voor de lunch. Hun specialiteit is het maken van “hete”gerechten. Het viel mij wel mee … Het deed ons denken aan een plaatsje in Noorwegen, net boven Trondheim, dat ook Hell heet.

Voor de middag hadden we een wandeling door parken en langs kathedralen voorzien. Die eindigde in de buurt van parlementsgebouwen en de vele politici die daar als bustes en standbeelden stonden zeiden ons natuurlijk helemaal niets. Dat laatste stuk hebben we dus maar afgeraffeld.

Toen begon het wat te druppelen en hebben we de tram gepakt, de “Circle Line”: een speciale, gratis toeristentram – een wat klassieker model – die een rondje door de binnenstad reed langs de belangrijke toeristische trekpleisters. Een goede gelegenheid om de regenbui langs te laten komen.

Na een wijntje en een biertje in een geschikte kroeg waar veel te zien was aan passanten en dergelijke – er zat zelfs een wat oudere man bij het raam de Runge-Kutta methode voor numerieke integratie (= wiskunde) te bestuderen – naar Chinatown voor een afsluitende maaltijd. Zoals gebruikelijk: een restaurant waar de mensen buiten in de rij staan bleek de goede keuze!

 

Regen in Brisbane, ook in Melbourne

Het kan ook af en toe gemakkelijk gaan. Vandaag was de reisdag en we verwachtten dat het inleveren van de kampeerwagen wel de nodige tijd zou kosten. Daarom eerst maar eens een uitgebreid ontbijt genomen in de omgeving. In de nacht had het geregend, maar inmiddels was het weer droog en redelijk warm. Het was dus goed buiten in het zonnetje  toeven. Daarna de laatste spullen in gereedheid gebracht en op weg. Enige kunst was om te zorgen dat we niet de tolwegen opgestuurd zouden worden. Toen we de GPSr duidelijk hadden gemaakt dat we dat niet wilden was het eenvoudig.

De aankomst bij het verhuurbedrijf was op zijn minst gezegd ontmoedigend. Een behoorlijke groep mensen stond enigszins gelaten te wachten voor het receptiegebouw. Bij de receptie nog eens een groep. Dat zou wat worden. Maar na korte tijd kwam een kordate man op mij afgestapt met de vraag of hij mij van dienst kon zijn. Nou, welzeker. Hij zou de wagen bekijken en dan terugkomen voor de afhandeling. Binnen een paar minuten was hij terug van de parkeerplaats en meldde dat alles in orde was en gaf me het afhandelingsformulier ingevuld terug. Terloops had hij ook nog even een taxi geregeld naar de luchthaven.

Dus zaten we eigenlijk best wel lang op de luchthaven te wachten maar Niet zo erg een beetje rustig aan doen. Na een redelijk vlot verlopende vlucht kwamen we in een nat Melbourne aan. De auto was redelijk snel geregeld en toen een toch door donker, nat Melbourne naar Ringwood waar ons motel was. Het is gelukt maar achteraf gezien had het handiger geweest dit overdag te doen. Dan zie je wat beter waar je bent en welke richting je neemt. Maar goed, het is gelukt en nu zitten we aan de wijn/bier.

 

Brisbane: Powerhouse

Vandaag grote schoonmaakdag. Eerst de buitenkant van de auto bij een lokale autowasserij en vervolgens de dieseltank afgevuld. Terug op de camping kon de binnenkant worden aangepakt. Grote malheur: het peperbusje was opengevallen … en die kastjes hebben van die handige opstaande randen zodat de spullen er niet gelijk uit kunnen rollen. Verder was het eigenlijk gewoon werk!

Tegen de middag weer terug naar de stad, dit keer naar het Powerhouse – wat Leidenaars de lichtfabriek zouden noemen. De overblijfselen waren omgebouwd tot een cultureel centrum waarin en om allerlei evenementen werden georganiseerd. Het park er om heen werd uitgebreid bezocht en ook wij hebben er een tijd rondgelopen.

Halverwege de middag stonden twee uitvoeringen op het programma. Gewapend met een drankje hoorden we de eerste aan. Het was een musicus, Andrew Tuttle, die wel verdienstelijk banjo en gitaar speelde maar dat vervolgens bewerkte met een meerstemmig echo-apparaat. Een ware geluidsmuur ontstaat waar af en toe nog maar weinig van was te maken. Indrukwekkend klonk het wel.

Bij de pauze voorzagen we ons weer van een drankje om de volgende zangeres te beluisteren, Doelie. Ze werd begeleid door drums en een synthesizer en behalve een indrukwekkende stem bracht de begeleiding een sterk ritmische geluidsmuur ten gehore. Ook wel indrukwekkend maar behoorlijk vermoeiend.

Toen we teruggingen begon het te regenen. Dit temperde gelijk de activiteit in de stad aanzienlijk. Na nog wat gegeten te hebben trokken we dus maar naar de camping.

 

Brisbane: CityHopper

Vandaag zouden we de cultuur van Brisbane gaan opsnuiven. Er is een groot museum voor moderne kunst, maar dat trok ons niet zo. Ook was er het museum van Brisbane, in het voormalige stadhuis van Brisbane. Dat gaf wat informatie over de geschiedenis van de stad. Verder was er een uitgebreide tentoonstelling over de bevolkingssamenstelling van Brisbane. Zoals te verwachten viel: weinig inwonders van Brisbane kunnen stellen dat ze echt nakomelingen waren van de gevangenen die hier aanvankelijk geparkeerd werden. Het is een ingewikkeld mengsel van allerlei soorten oorsprong, niet in het minst Aboriginal. Kennelijk is de laatstgenoemde bevolkingsgroep goed geassimileerd met de nieuwkomers.

In het museum was ook het oudste koffie- en theehuis in Brisbane. De entourage is in ieder geval redelijk retro met zilveren suikerpotjes en zo. Of de rest zo oud is valt moeilijk te zeggen. Zeker is het helemaal opnieuw ingericht en aan de moderne tijden aangepast. De banken zijn echter echte rechtopzitters, dat zie je tegenwoordig niet meer behalve misschien in een kerk.

Vanuit het museum konden we langs nog wat historisch interessante punten naar de botanische tuin van Brisbane lopen. Allerlei planten en struiken die je bij ons in de huiskamer ziet groeien hier in de vrije natuur. Zelfs de rode Kerstster hebben we al gezien. In de tuin lag ook een schat verstopt, niet echt moeilijk maar kennelijk toch voldoende uit beeld om niet ontvreemd te worden.

Langs de rivier zijn we toen naar Chinatown gelopen. Dat viel behoorlijk tegen. Er was wat aktiviteit maar nauwelijks vergelijkbaar met wat we in Sydney zagen. Ook waren er maar weinig restaurants open. Uiteindelijk eindigden we bij een australisch restaurant om gezamenlijk een groot dessert van mintijs en chocoloadeijs te verorberen.

Daarna via de Story Bridge over de rivier naar de andere oever gewandeld. Imposant, zo’n enorme brug, als je langs die structuur loopt. Het uitzicht over de stad wordt beperkt door alle wolkenkrabbers. Daarvoor moet je echt nog veel hoger zijn. Na de brug nog een stuk langs de rivier zodat we nog een schat konden lokaliseren. Geen bijzondere, gewoon een die op de route lag.

En toen hadden we even genoeg van het wandelen. dus op de CityHopper gestapt. Da’s ook een bootje maar redelijk wat langzamer dan de catamaran en gaat ook minder lange trajecten. Maar dan, het vervoer is gratis! Hiermee zijn we naar Southend gevaren om daar wat meer cultuur op te snuiven. Er was een standbeeld van Confucius, een hedendaags tempeltje gemaakt door Nepalese kunstenaars (beetje ondeugend hier en daar) en een heuse levende muziek die onder ander liedjes van Michael Jackson ten gehore bracht.

Brisbane: citycat

Het is ook niet gauw zoals je verwacht. We dachten wel twee uur te doen over de reis naar Brisbane. Nu was het verkeer best wel hectisch op bepaalde plaatsen maar het bleef flink doorrijden. Het enige waar we goed op moesten letten was dat we niet op een tolweg kwamen, daar hadden we geen trek in maar bovendien was het nergens voor nodig. Uiteindelijk kwamen we dus iets minder dan een uur te vroeg op de camping aan. Een uur te vroeg dus we stelden voor om op de gastenparkeerplaats te staan om vervolgens de stad in te kunnen. Maar onze plek was al vrij dus we konden gelijk installeren.

Na een kopje koffie en het regelen van wat technische details zoals boordwater, ruitensproeiervloeistof, etc. togen we met de bus naar de rivier. Daar aangekomen namen we plaats op de citycat, een catamaran die langs de (sterk kronkelende) rivier een soort busdienst vervult. We zijn eerst naar het ene uiterste gevaren: de universiteitslokatie UQ St Lucia en toen naar het andere uiterste Northsthore Hamilton. Daarna weer terug naar het centrum van de stad om daar wat rond te wandelen, shoppen en eten en drinken. Morgen meer cultureels!

 

Dularcha NP en een poedelbeet

Vandaag stond een wandeling in het nationaal park Dularcha op het programma. Niet dat het zo’n vreselijk bijzonder park is, het was gewoon in de buurt en niet te populair dus de verwachting was dat je er rustig kon wandelen.

De wandeling begon bij het station waar een heuse ondergrondse schuilplaats was gemaakt in de tweede wereldoorlog. De toegang was nog te zien, verzegeld natuurlijk. Dit was ook de eerste schatplaats die we bezochten.

De tweede schatplaats bracht ons bij een plek waar vliegende vossen zouden huizen. Ze waren er niet maar er was wel een informatieplaat die ons er over vertelde. De beestjes die we eerder zagen waren dus waarschijnlijk vliegende honden of vossen.

Toen de wandeling voortgezet naar een oude spoortunnel. De spoorlijn liep er inmiddels ongeveer 500 meter naast maar de tunnel was blijven staan. Natuurlijk was daar ook een schat verstopt die we redelijk snel vonden zodat we ons bezoek in het logboek konden bijschrijven.

Tot nu toe was het pad redelijk vlak, nauwelijks klimmen en dalen. Vanaf nu ging dat drastisch veranderen en kregen we hellingen van zeker 10-15% te verwerken. Dat maakte het stijgen zowel als het dalen lastig. En qua afstand leg je dan eigenlijk helemaal niet zoveel af. Niettemin bereikten we uiteindelijk de laatste schat op deze route, aan de oude Maleny-weg. Er waren best wel veel plekken waar die schat verborgen zou kunnen zijn en dus duurde het even. De laatste plek waar je zoekt is het natuurlijk …

De weg vervolgd tot in Landsborough. Na nog veel geklim en gedaal kwamen we uiteindelijk in het stadje aan. Het koude bier en de hamburger lieten zich daar goed smaken.

Tijdens het kleine stukje naar de camping toch nog een evenement. Een klein poedelhondje kwam bij de parkeerplaats op ons afrennen en blaffend rond ons heen lopen. Dat doen hondjes wel meer, maar op een gegeven moment beet het in mijn been. Door de broek heen werd dat toch nog een schaafwond. De hond schrok kennelijk zelf van de reactie dus verdween daarna. Bij de receptie van de camping nog gemeld wat er gebeurd was en vervolgens een aantal keren moeten “optreden” om de beet te laten fotograferen. Uiteindelijk kwam ook de eigenaar van de hond zich verontschuldigen: iemand had de poort opengedaan waardoor het beestje vrij kon rondlopen.

Landsborough

Vandaag eens rustig begonnen. Eerst wat boekhouding bijgewerkt zodat de rest van de vakantie zonder problemen kan worden afgemaakt. Toen op pad naar Landsborough. De weg leidt door tal van natuurparken hoewel daar vanaf de snelweg niet zo veel van is te zien. Je krijgt het idee dat temeer je in de omgeving van Brisbane komt grote delen natuur tot park zijn uitgeroepen om maar bewaard te blijven.

Niettemin is de route best aardig. Tot onze verrassing kwamen we vrij snel op een goed onderhouden Motorway 1 waar we wel 110 km/h mochten en konden rijden. We hebben daar eerder maar een klein stukje van gehad maar dit stuk eindigt waarschijnlijk bij Brisbane zelf. De meeste wegen die we tot nu toe hadden mocht je niet meer dan 100 km/h en bij elk gehucht terug naar 60 km/h of soms zelfs 40 km/h.

Dit deel van de reis ging dus wel veel sneller dan gedacht. We waren dan ook redelijk vroeg op de camping die we hadden uitgezocht en er bleek nog plaats te zijn ook! Na de lunch de was maar weer eens gedaan en toen even het stadje in voor een biertje. Morgen een wandeling in het Dularcha natuurpark.